woensdag 25 april 2012

Wilders: Een Politieke Suïcide?

Volgens Afshin Elian heeft Wilders afgelopen zaterdag een politieke suïcide gepleegd:
"Kamerlid Geert Wilders valt niet meer te volgen. Dit is de mening van de meeste mensen die ik sprak. En dat zijn niet alleen tegenstanders van Wilders. De vraag waarmee iedereen worstelt, luidt: waarom heeft Wilders Nederland en zijn eigen politieke beweging in een crisis gestort? [...] Zou er nog een rationele verklaring zijn voor dit, politiek gezien suïcidale gedrag van Wilders? Waarom heeft hij het kabinet ten val gebracht?" (lees hier)
Of de heer Elian dit serieus bedoelt of niet, de vraag is op zich interessant en politiek belangrijk: wat was Wilders' reden om afgelopen zaterdag de stekker uit te trekken, met alle risico's van dien, voor hem, zijn partij en voor Nederland? Op het eerste gezicht lijkt Elians hypothese niet eens zo gek: Wilders pleegde politieke suïcide en is nu klaar voor vertrek naar Amerika. Dat zou misschien kunnen, maar Wilders is geen gekke Henkie (of Ingrid), maar een berekenend machtspoliticus en daarom wil ik een andere hypothese opperen: Wilders heeft dit politieke drama gecreëerd om zijn partij intern op orde te kunnen brengen en een veel scherper anti-Europese koers te kunnen varen. Om bij het eerste punt te beginnen, de interne schoonmaak:
"Voormalig PVV-Kamerlid Hero Brinkman zegt dat Geert Wilders nooit van plan is geweest de onderhandelingen in het Catshuis tot een goed einde te brengen. Brinkman zegt dat Wilders een aantal PVV-Kamerleden kwijt wil." (lees hier)
Sinds de laatste verkiezingen rommelt het binnen de PVV. Direct na de verkiezingen bleek een aantal PVV-politici niet van onbesproken gedrag te zijn, of werd ervan beschuldigd. Onder de bezielende leiding van Hero Brinkman is er binnen de PVV een discussie, zo niet een richtingenstrijd ontstaan over het democratische karakter van de PVV. De interne onenigheid of strijd is weer in al zijn hevigheid naar boven komen drijven rond het beruchte meldpunt voor Oost-Europeanen. Deze interne onenigheid heeft uiteindelijk tot het vertrek van Brinkman uit de PVV geleid en in het verlengde daarvan tot een pijnlijke splitsing in de PVV-fractie in Noord-Holland. Deze interne onenigheid is kort daarna weer zichtbaar geworden rond het bezoek van de Turkse president aan Limburg, dat tot interne spanningen en onduidelijkheid over de koers van de PVV leidde.

Al-met-al heeft de PVV sinds de laatste verkiezingen veel schade opgelopen. De meest recente peilingen liegen er niet om. Het aanzien van menige PVV-politici heeft een deuk gekregen, de interne  samenhang lijkt soms zoek en de grip van Wilders en zijn naaste politieke vrienden op de partij is op zijn minst zwak te noemen. Wilders lijkt dus goede redenen te hebben om zijn personeelsbestand op te schonen en de ideologische en persoonlijke samenhang in de partij te versterken.  Om deze reden zou Wilders zijn partij en politici even uit de schijnwerpers willen halen om in de luwte orde op zaken te kunnen stellen. Als hij de PVV niet op orde weet te krijgen, wacht hem en zijn partij hetzelfde beschamende politieke lot als dat van de LPF. 

Het tweede punt: De PVV heeft altijd een anti-Europese koers gevaren, maar Wilders heeft een aantal redenen om een stuk scherpere anti-Europese koers te willen varen.  De PVV kan zich de afgelopen tijd moeilijk profileren, het dreigt snel onzichtbaar te worden in het grijze politieke middenveld. Dat heeft natuurlijk veel te maken met de gedoogpositie van die partij, maar niet alleen. Wilders' harde stellingname tegen de politieke Islam, die een kernelement is van het politieke profiel van de PVV, lijkt enigszins te hebben uitgewerkt. Dat kan veranderen, maar op moment lijkt het kiezersvolk geen overmatige belangstelling te hebben voor dit onderwerp. Ook op sociaal-economisch gebied lijkt de PVV zich moeilijk te kunnen profileren op de drukke linker flank van de Nederlandse politiek. Het is niet voor niets dat CDA-er Haersma Buma Wilders een PvdA-erelid heeft genoemd. Wilders heeft dus een andere politieke troef nodig om zich weer sterk te kunnen profileren. Een felle anti-Europese koers zou om twee redenen een goede kandidaat kunnen zijn.

Ten eerste, de SP, die ook een belangrijke electorale concurrent van de PVV is, lijkt een meer gematigde positie te gaan innemen ten opzichte van Europa. Dit heeft alles te maken met de (voorspelde) sterke electorale groei van die partij en de daarmee samenhangende ambitie om te gaan regeren. Deze beweging van de SP richting het politieke midden schept veel meer ruimte voor de PVV om zich als de enige echte anti-Europese partij van Nederland te profileren. Dit gecombineerd met de aanname dat de ontevredenheid van het kiezersvolk met de EU waarschijnlijk zal toenemen, maakt de keuze voor de anti-Europese troef politiek zeer aantrekkelijk. Dit brengt ons bij de tweede reden om voor deze koers te kiezen.

Het is niet geheel onwaarschijnlijk dat de huidige Eurocrisis zijn hoogtepunt nog niet bereikt heeft. De ergste economische en politieke gevolgen van die crisis liggen misschien nog voor ons. Electoraal gesproken kan het daarom zeer lonend zijn om nu de PVV als een radicale anti-EU partij te positioneren. Want door een groeiend anti-Europees sentiment als gevolg van de economische en politieke crisis zou de PVV in de toekomst goede zaken kunnen doen. Door de gevolgen van de Eurocrisis en de toch al drukke en vloeibare politieke agenda zouden de perikelen rond het Catshuisberaad al snel vergeten worden. De politici en commentatoren die Wilders nu voor rotte vis uitmaken, zouden straks in de verdediging gedwongen worden.Van het recente verleden zou Wilders waarschijnlijk weinig last hebben.

Om dit plan te kunnen realiseren, en daarmee de PVV van de ondergang te redden, moest Wilders zich eerst losmaken van de beklemmende gedoogconstructie en de EU-vriendelijke koers die de VVD en het CDA wilden varen. Dit is, volgens mij althans, de beredeneerde gok die Wilders afgelopen zaterdag heeft genomen. We zullen zien hoe deze gok gaat uitpakken. Nee, Wilders gaat niet naar Amerika. Als het aan hem ligt komt hij terug in Den Haag en het liefst in het Catshuis. Dit is mijn hypothese.

Update 1: Wilders in het debat vanavond in de Tweede Kamer naar aanleiding van het bezuinigingspakket van de 'Kunduz-coalitie':
"Niet alleen de Hedwigepolder wacht de zondvloed. Binnenkort zal het in elke huiskamer in Nederland gaan regenen.' In de kern gaat het Wilders om de soevereiniteit van Nederland: 'Zelf beslissen over ons geld, de grenzen, het land en onze toekomst.'"(lees hier)
Update 2: De gok van Wilders:
"Voorzitter Martin Schulz van het Europees Parlement zegt dat het instorten van de Europese Unie (EU) een 'realistisch scenario' is nu lidstaten steeds meer macht terug eisen." (lees hier)

maandag 23 april 2012

Memory

The idea that memory is some sort of storage room is an ancient one. Plato and Aristotle had developed a forerunner of this theory. They claimed that memory is a wax tablet on which the things that we remember make an impression.

There are a couple of advantages to the idea that our memory is some sort of storage room or archive. The foremost advantage is that this idea provides us with an answer to the following question: where are the things that one remembered stored? The thing (words, faces) that one remembers have to be stored somewhere, otherwise we cannot use them. If someone does not except the storage room/archive notion of memory, he/she will have provide us with a different explanation.

What is stored in one’s memory cannot itself be remembered, for otherwise I would have actual physical chairs stored in my memory. The object that is stored in my memory is a representation of the thing that I remember. This means that there is an ambiguity in the phrase ‘object of a memory’. Both the chair and the representation of the chair are objects of my memory. But my memory must be about the chair. It is the chair, and not my representation of that chair, that is brown.
There are three possible answers that might enable us to avoid this difficulty. Either the memory is about the chair and the representation of the chair plays no role, or the memory is of the representation only, or the representation mediates between the subject of the memory and the object of the memory. The first option, that the memory of the chair is of the physical chair, and not of the representation of the chair deal with this objection, but it leaves he original problem, how we are to account for the fact that our memories must come from somewhere if we are to use them, is left unexplained. The second option is even worse. According to this theory my memories about a girl are not about her, but about my representation of her. This means that, according to this theory, memory is not really about the world. This means that proponent of this theory cannot, at least not immediately, explain why we are capable of using our memory in action. This option, that memory is about the world, and refers via a representation, tries to deal with this difficulty. This is, however, not easy. The proponents of this theory have to explain how, and in what way, our representations are, linked to the subject and to the object.  In the following section, in which I will start by talking about conceptual and propositional memory only, I will give an account of the notion of representation.

1.2. Representation


What is a representation? And what does it mean to say that a representation is about something? There are several answers. The first one is that a representation is a picture. So my memory of a chair is a picture of that chair that is somehow connected to the physical chair. According to this theory it is connected to the chair, because it pictures it. Now we have to explain how this is done. A picture is normally connected to that of which it is a picture of, because the elements in the picture have a likeness to what is represented. This stands in need of an observer, someone who sees the picture and the chair. For in order to use the picture as a way of remembering the chair, I have to be able to compare it with the physical chair. This means that I have to remember how to use a picture. And how do I remember this? Via another representation? This would mean that I remember how to use the picture via another picture. Of course I also have to remember how to use this picture, so I need another picture. In other words, this theory dissolves into an infinite regress. But it gets worse. In this comparison I compared the representation to a physical picture. But our representations are mental. This means that we need a mental observer, a homunculus. This homunculus must itself have a memory, (of how to compare them) to enable it to compare the picture and the chair. This is done via another picture and by either the same or a different homunculus. If it is the same homunculus, we still end up in an infinite regression of pictures, if it is another, second, homunculus we and up with an infinite regression of homunculi.

Can we evade this difficulty by saying that it is not a homunculus, but me that compares the picture with reality? No. I will till get into the infinite regress of pictures. It also means that I attribute cognitive capacities to one part of my cognition, and via this route we get back to the homunculus problem.

What we need is an account of what representation is without a homunculus.

Another way of looking at it is by saying that a memory of something consists of an information loop or of a recursive function.[1] The difficulty with this view is that one either sees information in the normal sense, as a sequence of symbol with a meaning, or just as neurons that are firing. The first possibility brings us back to the homunculus. For the information has to be read, heard, seen, and understood. But this means that our explanation of memory presupposes an entity that already has memory. The other possibility is that memory is purely physical. In this case we have to explain the relation between the physical, causal world and the normative world. For memory has a normative dimension.

Until now I have only discussed propositional and conceptual memory. But most memories are much more complicated. A memory of a chair involves both the concept ‘chair’ and the actual chair. This means that I must be able to remember how the word ‘chair’ is related to the chair. And when I remember a chair, my memory can revolve mainly about the word, but it might also consist of images of the chair. And when I think about the chair in images and when I see the actual chair, I am immediately able to connect the word ‘chair’ with it. This means that there is a connection between the conceptual memory, the image memory and the physical chair. The meaning of the concept ‘chair’ must be, if they are to connected in the use of my memory of the chair, related to the chair itself and the memory of the chair must involve the meaning of the concept ‘chair’.  The structure of factual memory will be discussed later, in section 1.4.

Meaning is normative. Perhaps something can be said for the idea that remembering a concept consists in our being able to use the concept in the appropriate conditions. According to this analysis memory consists of a set of abilities, namely the ability to use and explain a concept. Of course the question if an ability to use a concept presupposes a memory of the concept. Must the concept that I am to use be stored somewhere? Perhaps not. What if one were to say that the idea that a memory must be stored is connected with the idea that a memory consists of a representation that, in order to be stored, must have some sort of physical dimension? The information that is stored in the library consists of books. This gets us back to the homunculus. But what if the information is stored in the sense in which information is stored in a computer? Well the trouble with this idea is that one, when one uses this theory, has to say that information is physical. Of course the books are physical as well, but they only contain information, because we can read the sentence in them. But how is one to read the information in the brain? This can only be the case if the brain structures that are involved can be used as norms.[2] What if a memory cannot be as spatio-temporal item because of the homunculus fallacy? This would mean that the idea that memory consists of a storage room or archive is false.[3]

Nevertheless, we still need to understand how it can be that our memories are, in a given situation, immediately available. In order to do this I need to say something about what the structure of memory is. Memories can be of fact, and about how to do something. The first sort of memory, factual memory, consists of conceptual memory, propositional memory, memory of what things look like, and mental images. In section 1.4 I will explain the structure of factual memory. Often a memory has both a conceptual and a non-conceptual component. Before I can get into this, I will first have to explain what concepts are and how they are connected to reality.

1.3. Concepts and reality


How is a concept related to reality? What enables us to use a concept to refer to something in reality? Of course a concept is internally related to the thing that it stands for, but this does not solve the difficulty. For in order to use a concept to refer to something, we must first identify the thing that we are to refer to. Presumably via its properties. But then, either the concept has sub-concepts to refer to the properties, or the concept is used to refer to the thing with its properties. In either case, we must still be able to identify the properties of the thing, and connect the concept with it. I can use the concept ‘chair’ to refer to chair a and chair b, because a and b share a number of properties that enable me to identify them as chairs. The concept refers to any and all things that have this set of properties. So the concept chair stands for a set of things that have a series of properties in common. But if this is right, I would have to be able to identify or recognize the properties in order for me to use the concept. These properties have to be identified, at some fundamental level, non-linguistically. Otherwise one would get into an infinite regress. I would identify an object via its properties, and its properties via other properties… Of course I can name the various properties of the objects that I can refer to, but I am able to refer to the properties a well. This means that there must be some level at which I can grasp a property, that does not require my grasping any further properties. Besides, in the learning process one learns the concepts for some things before one learns property-concepts. Nevertheless, the learner must have some grasp of the properties of the thing to which he/she refer to, otherwise we cannot understand how he/she is able to use one concept (say chair) to refer to many different objects (the members of the set  of chairs). Does this mean that reference is based on a non-conceptual grasp of properties via which one identifies the object that one is to refer to? The grasp must be non-conceptual, for otherwise an infant could not learn referring terms.
Of course this does not solve the problem. What is it that we are actually looking for? Ought to reference to be explained in causal terms? Could we for instance ay that reference is just that the data from the senses are neurally connected with the auditive and vocalized data? The concept, in this case a neural network, remains preserved. The next time I either use or hear the word, the network of the word I connected with the network of the visual experience, the non-conceptual properties, and therefore I am able to use the concept to refer to the entire individual of the set. If I see a chair, my chair neural-network I trigger, which is connected with my chair network-concept. Or if I see a chair I can immediately call it chair. So the learning process, the recognizing of what the word stands for when someone uses it and the actual use of the word in appropriate circumstances can be accounted for. But there is a difficulty. For if reference is causally explainable, then a certain set of norms is causally explainable, and if norms are explained causally, then their normativity is gone. For then it is also possible that someone uses the word ‘table’ to refer to a knife cannot be corrected. It is just another reaction of a physical system, as our response is, the argument for the causality of norms is, just like this sentence.But that cannot be the case, for sentences have truth-values.

Ludwig Kamphausen


[1] Pieter Seuren suggested this account of memory to me in conversation.
[2] This argument is basically the same as the one by P.M.S. Hacker in Wittgenstein: meaning and Mind (Oxford, 1990), p. 147-170
[3] Strictly speaking it is nonsensical. If something is false, it could be true, but given the objections, the idea that memory is a storage room cannot be right.

zondag 15 april 2012

Het Ivoren Torentje Van De (Nuttige) Wetenschap

Elsevier, 13/04/2012:
"De Delftse nanowetenschapper Leo Kouwenhoven is vrijdagmiddag uitgenodigd om op bezoek te komen in het Torentje, de werkplek van premier Mark Rutte (VVD). Kouwenhoven en zijn team zijn erin geslaagd een nieuw elementair deeltje waar te nemen.De ontdekker werd gebeld door minister Marja van Bijsterveldt (CDA, Onderwijs) en staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD, Hoger onderwijs). Zij belden mede namens de premier. Van Bijsterveldt liet eerder al weten trots te zijn op deze 'hele grote ontdekking'. De CDA-minister zei na afloop van de ministerraad dat deze gebeurtenis bewijst dat de Nederlandse wetenschap op een hoog niveau staat. Ze noemde de ontdekking geweldig, ook voor de Nederlandse economie en de wereldeconomie [...]  De ontdekking kan bijdragen aan de bouw van een kwantumcomputer, een super snelle computer(lees hier)
In de jaren 30 beweerde de Italiaanse natuurkundige Ettore Majorana dat er een bijzonder deeltje kon bestaan, een deeltje dat zijn eigen antideeltje is: het Majorana fermion. Als Kouwenhoven en zijn team inderdaad erin geslaagd zijn het Majorana-deeltje waar te nemen, als hun waarnemingen door niets anders verklaard kunnen worden dan door de aanwezigheid van Majorana-deeltjes, dan is dit inderdaad een indrukwekkend en belangrijk wetenschappelijk succes.

Wat deze gebeurtenis zo duidelijk laat zien is de onlosmakelijke relatie tussen enerzijds de nuttige wetenschap die supercomputers voortbrengt en anderzijds de fundamentele wetenschap: het werk van Majorana en het experimentele werk van Kouwenhoven en zijn team. De kwantumcomputer waar onze trotse politici zo op verheugen zou geheel ondenkbaar zijn, laat staan produceerbaar zonder het fundamentele en vaak ogenschijnlijk nutteloze werk van duizenden wetenschappers die daar in de ivoren toren van de wetenschap met abstracte en ingewikkelde ideeën en formula's zitten te spelen.

Door deze onlosmakelijke relatie tussen de nuttige en de fundamentele wetenschap naar de voorgrond te brengen laat deze gebeurtenis ook zien hoe onverstandig onze wetenschapsbeleid is en hoe onwetend onze politici zijn. Dezelfde politici die nu zo trots de loftrompet blazen voor Kouwenhoven en zijn team,  zijn zelf (met vele van hun voorgangers) verantwoordelijk voor het huidige Nederlandse wetenschapsbeleid dat, in de naam van de nuttige, economisch rendabele wetenschap de fundamentele wetenschap verwaarloost en zelfs ondermijnt. En zoals we hier op deze blog al eerder hebben beargumenteerd: door de wetenschap op de korte termijn steeds nuttiger te maken wordt de wetenschap op termijn steeds nuttelozer. 


Kouwenhoven zou zichzelf het bezoek aan het ivoren Torentje van de nuttige wetenschap moeten besparen. Daarmee zou hij een zeer goede dienst bewijzen aan de echte wetenschap.

Pavlovreactie

Elsevier, 14/04/2012:
"Inspectie: Groot deel havoleraren presteert ondermaats: Bijna één op de drie leraren op de havo geeft ondermaats les [...] VVD-Kamerlid Ton Elias zegt in een reactie aan BNR Nieuwsradio te hopen dat scholen en leraren meer aandacht gaan besteden aan de prestaties van leerkrachten. 'We gaan hogere eisen stellen, meer aan de kwaliteit doen en opleidingen zwaarder maken,' aldus Elias." (lees hier)
Problemen in het onderwijs? Meer overheidsbemoeienis! Maar is dit wel de weg naar een beter onderwijs? Het vermeende positieve verband tussen de alsmaar groeiende overheidsbemoeienis met het onderwijs en de onderwijskwaliteit is bij mij weten nog nooit bewezen. De reactie van onze politici en van vele anderen die in dit soort gevallen om meer overheidsbemoeienis gaan roepen is niet meer dan een pavlovreactie.

In het kader van de overheidsbemoeienis met het onderwijs moeten onderwijsinstellingen tegenwoordig alles  meten om op die manier te kunnen bewijzen dat ze aan de "kwaliteitseisen" van de overheid voldoen. Misschien moet men van de overheid eisen om ook een keertje te gaan meten of de alsmaar groeiende overheidsbemoeienis met het onderwijs inderdaad tot een verbetering van de onderwijskwaliteit leidt. Dat zou misschien wel de eerste stap kunnen zijn op weg naar een werkelijk beter onderwijs in Nederland.

zaterdag 7 april 2012

Lentescheuten

"Prospects for the scheduled resumption of talks on Iran’s contentiousnuclear energy program next week appeared to recede further Thursday, when the Iranians issued new objections to Turkey as the formerly agreed location for the talks and revealed they had rejected alternate proposals to hold them in at least three European countries." (lees hier)
"De besluiten die de 'Vrienden van Syrië' op 1 april in Istanboel namen, zijn onthutsend. Met de plannen die er gemaakt zijn, is voortzetting van de gewapende strijd in Syrië verzekerd, concludeert Martin Janssen" (lees hier)
"De islamitische Moslimbroederschap is toch van plan mee te doen aan de presidentsverkiezingen in Egypte. Dit terwijl de partij eerder had aangegeven dit niet te doen. Zakenman Khairat al-Shater, die de Moslimbroederschap lang financieel heeft gesteund, is kandidaat." (lees hier)
"De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) is bezorgd over de persvrijheid in Turkije. In een OVSE-rapport staat dat er op dit moment 57 journalisten in Turkije vastzitten. Ze zitten vaak lange gevangenisstraffen uit, oplopend tot 166 jaar. Daarnaast lopen er nog 700 tot 1000 strafzaken tegen journalisten" (lees hier)
 Maar wij hebben Catherine Ashton! Zalig Pasen



dinsdag 3 april 2012

De nieuwe kleren van de keizer

Elsevier, dinsdag 03/04/2012:
"Nederlandse jongen (11) verzint oplossing eurocrisis: De 11-jarige Jurre Hermans heeft een eervolle vermelding gekregen bij de Wolfson Economics Prize, een van de belangrijkste wedstrijden voor economen. De jongen won 100 euro met zijn plan om Griekenland uit de euro te gooien." (lees hier)
Een eigentijdse versie van Hans Christian Andersens bekende sprookje 'De nieuwe kleren van de keizer'. We hebben in Europa een elfjarig kind uit Breedenbroek, of all places, nodig om een simpele waarheid te kunnen zien en durven zeggen. En ook hier zijn de hedendaagse keizers, onze meesters in Brussel, vooral bezig met zichzelf, verloren in hun eigen fantasiewereld. Voor hen is deze ernstige financiële crisis vooral een politieke kans om de Verenigde Staten van Europa een stap dichterbij te brengen. Voor hen mag de crisis nog even duren, echte oplossingen zijn voorlopig niet welkom en dus bestaan ze ook niet:
"Griekenland maakt een kans om de crisis te boven te komen na de schuldenafschrijving door de private sector en de eurozone, 'maar heeft nog een lange weg te gaan'.[...] Dat zegt de Duitse bondskanselier Angela Merkel zaterdag in de Tsjechische krant Lidove Noviny." 
"Merkel waarschuwde vorige week dat het rampzalig zou zijn als Griekenland uit de eurozone wordt gezet. Bovendien bieden Europese verdragen volgens haar geen mogelijkheden om het noodlijdende land uit de eurozone te gooien." (lees hier)
En zoals in Andersens sprookje, ook hier durven de grote mensen de waarheid niet te denken of uit te spreken ondanks de geweldige prijs van het Europese project en de immense gevaren voor onze economieën, democratie en misschien zelfs vrede, dat 'het project' met zich meebrengt:
"Maar behoudens een of twee specialisten en Paul Scheffer, die al vroeg waarschuwde voor kritiekloze euroliefde, zat de kwaliteitspers te slapen. Europa was geen onderwerp van grote verontwaardiging zoals 130 rijden of een minister die ouders durft aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Integendeel, Europa was een goed, waar en mooi project waarbij niet al te veel kanttekeningen pasten. Marijnissen werd niet gehoord. Bolkestein was niet reçu. [...] De journalistiek, voor zover betrokken, vocht aan de kant van de politici die de euro wilden. Europa was goed, want was het antwoord op de Tweede Wereldoorlog. En nog altijd hoor je als gewichtig standpunt dat er nu moet worden 'doorgepakt' met het overdragen van zoveel mogelijk competenties aan Brussel. Alles om te voorkomen dat Nederland zich met dit verschrikkelijke kabinet 'terugtrekt achter de dijken'. Het is geen argument dat hout snijdt maar de dorst van het morele gelijk is onlesbaar. Nu zitten we met de gebakken peren." (lees hier)
Nee, we zijn niet naakt, we hebben federale kleren aan!