Posts tonen met het label economie en politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label economie en politiek. Alle posts tonen

dinsdag 3 juli 2012

De Houdbaarheidsdatum Van De Eurocrisis (II)

The Telegraph, zaterdag 30/06/2012:
"The EU has opted to do nothing and die The real drama of the latest EU summit was not what happened, but what didn't happen. And so, in two pages of impenetrable Euro-speak issued in Brussels in the small hours of Friday morning, we saw the great European dream visibly dying. The mountains heaved, to paraphrase Horace, and gave birth to a ridiculous mouse. Faced with by far the most testing crisis in its history, all the EU could come up with was yet another meaningless fudge which will solve nothing. What was really significant about this fiasco, though, was not what happened but what didn’t happen." (lees hier)
Een opvallend aspect van de Europese top van afgelopen week was niet zozeer wat daar allemal besloten werd, maar wat in die top geen onderwerp van nieuwe gemeenschappelijke besluiten was: de Verenigde Staten van Europa.

In de aanloop naar die top waren verklaringen over de bittere noodzaak van een politieke unie dagelijks te horen, te zien en te lezen. En zoals we hier op deze blog vaker hebben betoogd, de euro is in beginsel geen economisch project, maar een politiek project en de eurocrisis zou een uitstekende gelegenheid zijn om de federale agenda verder te ontvouwen. Het was daarom te verwachten dat de top van afgelopen week gebruikt zou worden om belangrijke stappen in die richting te maken, maar dat is niet gebeurt.

Dit zou er op kunnen duiden dat onze veronderstellingen over de politieke motieven achter de ontwikkeling van de EU, de euro en de eurocrisis niet kloppen. Maar de historische aanwijzingen voor deze zogenaamde politieke hypothese zijn veel te sterk om ze nu in een keer overboord te gooien. De verwachting dat de eurozone vroeger of later in grote financiële problemen zou komen maakt de financiële hypothese ook geen aantrekkelijk alternatief voor onze hypothese. Strikt economisch bezien, zou de invoering van de euro immers geen rationele stap zijn. Een verklaring voor de verrassende gang van zaken in de laatste Europese top zou daarom eerder gezocht moeten worden in onze inschatting van de manier waarop de meesters in Brussel de politieke agenda zouden hendelen. We hebben ze, toegegeven, onderschat.

Sommige commentatoren, zoals hier boven, hebben betoogd dat deze onverwachtse ontwikkeling de teloorgang van de federale agenda inluidt. Die top zou het ultieme moment zijn geweest om de volgende stap richting een nieuw verdergaand Europees verdrag te zetten, maar de federale krachten lieten het juist op dat moment afweten, ze zijn teruggeschrokken. De ontwikkeling van de eurocrisis in de komende maanden en jaren zou volgens dezelfde commentatoren zeer negatief, zo niet rampzalig zijn voor de federale agenda. De kans op een federale Europa zou daarmee voor een hele lange tijd verkeken zijn. Echter, onze hypothese is dat de federale krachten het in deze top helemaal niet hebben laten afweten, ze hebben juist geprobeerd om de federale agenda te redden, en deze poging is niet per se kansloos.

De beurzen vieren feest de afgelopen dagen, maar het fundamentele probleem van de euro, het ontbreken van een politieke unie, is niet opgelost. In Duitsland, de belangrijkste geldschieter van de Europese noodfondsen, moet het ESM nog door het constitutionele hof goedgekeurd worden en dat is geen gelopen race. Het is ook zeer de vraag of de hoeveelheid geld in de Europese noodfondsen wel genoeg is om de Spaanse banken op het been te houden, laat staan als Italiaanse en Franse banken ook gebruik van die noodfondsen gebruik zouden moeten maken. En zoals nu al het geval is met Finland, individuele landen kunnen de implementatie van de afspraken van afgelopen vrijdag nog knap lastig maken. De problemen die de eurozone teisteren komen naar alle waarschijnlijkheid in alle hevigheid terug. 

Zoals wij op deze blog al hebben gesuggereerd (hier en hier), de houdbaarheidsdatum van de eurocrisis lijkt te zijn verstreken. Onze meesters in Brussel zijn inmiddels te laat, ze zijn niet meer in staat om de Verenigde Staten van Europa een stap dichterbij te brengen en tegelijkertijd voorkomen dat de crisis de volgende fase bereikt, de fase waarin alleen maar verliezers zullen zijn. De weg naar de politieke unie is simpelweg te lang en te onzeker om daarmee de huidige crisis nog te kunnen bezweren.
"What they hadn’t reckoned with was that the crisis, when it came, would be so immense that it would spiral out of anyone’s control. Thus, amid the present shambles, we hear distracted voices calling for “more Europe” – more powers for Brussels, a new treaty – but the truth is that the chaos has gone way beyond their ability to solve it." (lees hier)
Het zou in deze omstandigheden zeer onverstandig zijn om de federale agenda tegen beter weten in door te willen drukken. Zo'n poging zou de inspanningen om een economische catastrofe af te wenden nog moeilijker maken. Er zijn aanwijzingen dat deze overweging een beslissende rol had bij het bepalen van de agenda van de de top van de afgelopen week. Het is bovendien volslagen onlogisch om een politieke unie door te drukken om een probleem op te lossen, dat die unie helemaal niet kan oplossen. De federale agenda zou hierdoor zwaar en misschien zelfs onherstelbaar beschadigd kunnen worden. 

Wat in deze situatie misschien verstandiger is, is de federale agenda juist van de crisis een beetje te distantiëren. De federale agenda moet dan niet als de politieke baby van de crisis gezien worden en ook niet als een bij voorbaat mislukte poging om de crisis te bezweren, maar als een vergezicht dat ons in de toekomst van een herhaling van zo'n crisis zou moeten behoeden.

Onze meesters in Brussels hebben ogenschijnlijk een stapje terug gedaan om het ideaal van een federale Europa uit de woeste wind van de eurocrisis te houden. Maar dat komt weer terug. Dat ideaal is te sterk omarmd door te veel mensen met te veel macht en ambitie om zomaar ineens te verdwijnen. De EU zoals wij die nu kennen is ontstaan onder het moto 'nooit meer oorlog'. De Verenigde Staten van Europa zou wellicht  kunnen ontstaan onder het moto 'nooit meer een eurocrisis'. 

vrijdag 4 november 2011

De politiek van occupy


De economische crises worden steeds weer benaderd vanuit een economisch oogpunt, terwijl de oplossing in de politiek ligt.
Wie van mening is dat het vanwege de financiële en economische crises wel snel afgelopen zal zijn met het “neo-liberalisme” zou er niet slecht aan doen eens een “occupy” manifestatie te bezoeken. Zeker in Nederland bestaat occupy bijna helemaal uit beroepsdemonstranten, krakers, hippies met een late roeping, kortom de usual suspects. Laat ze het toegeven, de occupy beweging bestaat uit dromers.
         De evidentie van het bovenstaande blijkt eens te meer uit de hoeveelheid stemmen die nu opgaat om het IMF verregaande zeggenschap te geven over de begrotingen van diverse landen, of zelfs de gehele EU. De maatstaven van het IMF – een organisatie die ondermeer een grote vinger in de pap had bij de introductie van het shock-kapitalisme in de voormalige Sovjet-Unie – als norm nemen voor de Europese economische politiek, hoeveel  neo-liberaler wil je het hebben?
         Het paradoxale van de economische en financiële crises die zijn veroorzaakt door het grote graaien en de bonuscultuur, is kennelijk dat de op hol geslagen sneltrein van het neo-liberalisme er alleen maar nóg harder door gaat rijden.
         Je moet dus wel heel erg van de wereld zijn om te denken dat deze toestand ook maar één bedrijf of rechtse regering tot radicale bezinning op het eigen “kapitalisme” zal brengen. Wie realistisch is ziet in dat slechts met kleine, piecemeal hervormingen – een sociaal liberalisme – een verantwoordelijke ondernemingscultuur kan worden geschapen.
         Zo luidt nochtans de communis opinio.
         Deze ziet echter één belangrijke vooronderstelling over het hoofd. Of beter, ze neemt haar voor een onomstreden waarheid. Deze vooronderstelling luidt dat de economie en de schommelingen van de beurs in feite de onvermijdelijkheid hebben van een natuurverschijnsel. Een financiële crisis is een natuurramp, daar komt het op neer. Het nemen van maatregelen is zoiets als het bouwen van stormvloedkeringen. De voortrazende trein van het neo-liberalisme krijgt dus nog maar eens een extra duwtje in de goede richting, het ding rijdt nu eenmaal en het is, zoals bekend, zowel onmogelijk hem te stoppen als rampzalig dat ook maar te proberen.
         Dus wordt overal de verzorgingsstaat nog een beetje meer en nog een beetje sneller afgebroken dan we toch al deden. Als we het zelf niet doen, doet de economie het en dan is het allemaal nog veel erger. Het doet me allemaal nogal denken aan Russische sergeanten die dienstplichtigen halfdood slaan met als excuus dat de vijand hen nog veel harder zal aanpakken. Met als verschil dat de afbraak van de verzorgingsstaat hele bevolkingen treft.
         Maar de economie is geen natuurverschijnsel. Ze is een sociale constructie die in hoge mate afhankelijk is van politieke keuzes. De geschiedenis van de verzorgingsstaat maakt precies dat duidelijk. Toen aan het einde van de tweede wereldoorlog Europa aan de rand van de financiële afgrond stond, werd er een verzorgingsstaat opgetuigd omdat zulks een politieke keuze was. Niks onvermijdelijkheid van de economische wetmatigheden. Het slappe praatje dat de verzorgingsstaat alleen werd opgezet om de Europese bevolkingen weg te houden bij de communistische partijen is een leugen die rechtse partijen nu goed uitkomt, terwijl het van de late jaren ’40 tot de jaren ’70 van de vorige eeuw voor politieke partijen van links tot rechts evident was dat de verzorgingsstaat een goede zaak was. Ik cursiveer ‘goede’ hier niet voor niets. De politiek stond in dienst van waarden, van wereldbeelden. Het mag waar zijn dat deze wereldbeelden konden botsen en dus leiden tot schadelijke ideologische conflicten, de waardengerichtheid van de twintigste-eeuwse politiek betekende wel dat de politiek niet als zelfstandige grootheid van de radar verdween.
         Want dat is wat er nu aan de hand is: politiek is verworden tot de bestuurlijke tak van de economie, die niet verder ziet dan de economie zelf en die diezelfde economie ook nog eens vanuit een exclusief economistisch standpunt bekijkt. Aristoteles waarschuwde er in de vierde eeuw voor Christus al tegen in zijn Politica: staatkunde (politiek) moet niet verward worden met huishoudkunde (economie). De economie is wezenlijk iets anders dan politiek; bovendien bestaat de economie niet in een autonoom opererende markt. Zoals ook verschillende moderne economen, historici en filosofen als Adam Smith, Amartya Sen, J.R. Lucas en Tony Judt (of Hans Achterhuis) hebben aangetoond, functioneert de economie alleen maar binnen de kaders van de politiek, de rechtspraak en de moraal. Want de economie gaat zelf nergens heen, zij is een rijdende trein die een machinist vereist, de politiek dus, en niet slechts een stoker, de financiële wereld.
         En de revolutie waar het de hippies van Occupy en hun filosofische inspirator, Slavoj Zizek, om te doen was? Welnu, literatuurwetenschapper en filosoof Walter Benjamin zei het al, “de revolutie is niet de op hol geslagen trein, maar de noodrem”. Maar die noodrem moet dus eerst weer in handen van de politiek komen. En daar kan de politiek alleen zelf voor zorgen.

Mercurius Noviomagensis