woensdag 18 september 2013

BSA? Dat Is Toch Een Oud Motormerk?

Universiteiten en hogescholen in Nederland hebben al jaren te maken met de regeling waarbij zij studenten aan het einde van hun eerste studiejaar een bindend studieadvies moeten geven:
Een bindend studieadvies (BSA) is een beslissing van de universiteit of hogeschool over de voortgang van uw studie. Elke student krijgt dit advies aan het einde van het eerste studiejaar. Het advies kan negatief zijn. U moet dan stoppen met uw studie. Dit is het geval als u niet genoeg studiepunten heeft en voor u geen bijzondere omstandigheden gelden (lees hier)
Dat de invoering en opdrijving van de BSA-norm problemen met zich meebrengt is inmiddels voor iedereen in het hoger onderwijs wel duidelijk. Zoals een collega dit mooi verwoordde: Het BSA is door de wetgever gegeven als instrument om de geschiktheid voor de studie en het beroep te bepalen, niet om het studierendement te verbeteren. Dit instrument op deze manier te gaan gebruiken is net als een timmerman zijn gewone handzaag zou gaan gebruiken om te figuurzagen. Daar kunnen alleen maar brokken van komen.

Maar misschien is het allemaal wel ergens goed voor. Misschien leidt het BSA uiteindelijk tot een excellent hoger onderwijs, om in hedendaags onderwijsjargon te spreken. Met al haar onvolkomenheden is het BSA een efficiënt selectiemechanisme. Studenten moeten ijverig en intelligent zijn willen ze aan de huidige BSA-norm kunnen voldoen en dit zijn precies de studenten die wij op het HBO willen hebben en behouden. 

Dit klinkt heel logisch allemaal, maar zo simpel is het ook weer niet. We kunnen met grote mate van zekerheid stellen dat het BSA ook veel jonge mensen eruit filtert, waarbij het niet per se aan ijver en intelligentie ontbreek, maar eerder aan focus en overtuiging. Die twee ontbreken nu eenmaal bij veel jonge mensen, die direct van de middelbare school op een half bewolkte maandag in september op planeet HBO landen. Naast een efficiënt selectiemechanisme is het BSA dus ook een efficiënt kapitaalvernietigingsmechanisme.

Het BSA dwingt studenten ook tot een gesjeesd en resultaatgericht studiegedrag, dat zich moeilijk verdraagt met de ware betekenis van het woord studeren. Blijvende kennis en inzicht moeten nu eenmaal groeien en rijpen en dat vraagt om veel meer dan het toetsgericht instampen van woordjes. Een recent onderzoek van de Erasmus Universiteit in Rotterdam lijkt dit bezwaar tegen het BSA te bevestigen:
“De BSA-groep besteedde niet meer tijd aan zelfstudie en behaalde lagere toetsresultaten dan de pre-BSA-groep. BSA-studenten bleken gefixeerd op het behalen van zoveel mogelijk studiepunten in plaats van het verwerven van zoveel mogelijk kennis. Afvallers gingen een andere studie van het zelfde niveau doen aan dezelfde universiteit om daar minstens zo slecht te presteren. Het BSA laat studenten niet harder studeren en brengt het kennisniveau omlaag…” (Rutger Bregman, De Volkskrant, vrijdag 06/09/2013)
In de naam van excellentie wordt de BSA-norm ook steeds verder opgehoogd en het probleem daarmee wordt zichtbaar als we het in verband brengen met een andere zogenaamde kwaliteitsnorm: Bij een excellent onderwijs horen kennelijk ook hoge slagingspercentages. Bij vele hogescholen en universiteiten geldt daarom naast de BSA-norm, ook een strenge (maar niet altijd formele) slagingsnorm: 60 a 70 procent van de eerstejaarsstudenten moeten naar het tweede studiejaar doorstromen. Bij gelijkblijvende instroomkwaliteit is de neerwaartse druk op de onderwijskwaliteit dan bijna verpletterend.

Het resultaat van de invoering en opdrijving van het BSA mag er zijn. Het hoger onderwijs in Nederland zit mede daardoor gevangen in een ware excellentieparadox: hoe excellenter een hoger onderwijsinstelling is, hoe lager de echte onderwijskwaliteit van die instelling is. Maar in een wereld waar adviezen bindend kunnen zijn, is dat misschien niet zo heel verrassend.

BSA is gewoon een oud motormerk. En misschien moet het ook zo blijven.

vrijdag 13 september 2013

Defecte Logica

Trouw.nl, zondag, 08/09/2013:
"Dat wil niet zeggen dat de VN als organisatie faalt. Het ligt niet aan het apparaat dat de aangesloten landen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Ze zouden dat ook doen als de VN niet bestonden, sterker: het droevige toneel van elkaar bestrijdende naties, moorddadige machthebbers en vijandige bevolkingsgroepen zou nog droeviger zijn als de VN er niet waren. Frustratie over de beperkte rol die de VN kunnen spelen is terecht - je hoeft daarvoor alleen het woord 'Rwanda' te laten vallen. 
Maar wat is het alternatief? Internationale anarchie. Het einde van de enige neutrale partij, met nu vijftien vredesmissies. De vrijheid om naar believen in te grijpen, voor wie machtig genoeg is. Met als niet gering risico een confrontatie tussen de machtigsten; en dan zijn we terug bij hoe twee wereldoorlogen begonnen." (lees hier)
Nee, "de VN als organisatie faalt niet. Het ligt niet aan het apparaat dat de aangesloten landen zich gedragen zoals ze zich gedragen". Maar wacht even. De VN heeft toch prestige, geld, bevoegdheden, commissies, soldaten, ambtenaren en gebouwen gekregen om er voor te zorgen dat staten zich zouden gaan gedragen zoals ze zich moeten gedragen? En nu dat de VN al heel wat jaren bestaat en die vermaledijde staten zich nog altijd niet gedragen zoals zij zich volgens Trouw.nl zouden moeten gedragen, mogen we toch vermoeden dat er misschien iets mis is met de VN?

Nee. Dat mogen we niet: "het droevige toneel van elkaar bestrijdende naties, moorddadige machthebbers en vijandige bevolkingsgroepen zou nog droeviger zijn als de VN er niet waren." Echt waar? Vertel dit aan de Syriërs zou ik zeggen. En trouwens, waar is het bewijs voor deze nogal academische stelling? Een onderzoekje naar oorlogen in de 20ste eeuw laat in ieder geval zien dat in de jaren na de oprichting van de VN in 1945 veel meer oorlogen zijn geweest, dan in de vijftig jaren daarvoor. Toegegeven, dit ondermijnt de stelling dat zonder de VN het allemaal nog erger was niet, maar men moet met meer komen dan wat pro-VN kreten om die nogal academische stelling te staven. Want de VN heeft alle schijn tegen zich.

Oké, maar de VN is toch "de enige neutrale partij, met nu vijftien vredesmissies"? Neutraal? Alles wat de VN besluit en doet is toch de weerspiegeling van de brute machtsverhoudingen binnen belangrijke VN-organen zoals de veiligheidsraad? Dat is toch de kern van het gejammer van Trouw.nl over het droevige toneel dat onze wereld is:
"'Alles hangt af van de actieve participatie, de vredelievende bedoelingen en het goede vertrouwen van de Big Five.' [...] Vertrouwen was er niet, vredelievend was men ook niet: de Veiligheidsraad was verlamd. VN of geen VN, de lijst van oorlogen en gewapende conflicten na 1945 is lang. En al is de Koude Oorlog voorbij, het zijn nog steeds de oude tegenstellingen die de Veiligheidsraad parten spelen."
De VN is niet neutraal en haar vredesmissies ook niet. Veelzeggend in dat verband is de lijst van vredesmissies die nooit, of te laat gekomen zijn. Een ander interessant fenomeen zijn de vredesmissies die onder het mom van neutraliteit, 'we mogen niets doen!', de belangen van bepaalde partijen helpen bevorderen ten koste van de belangen van andere partijen, en die met hun aanwezigheid die verschuiving van de status quo ook nog legitimeren. De vredesmissie in Libanon is in deze categorie een klassieker.

De interne logica van de VN is defect. De VN is opgericht omdat staten zich in de regel niet gedragen zoals zij zich volgens Trouw.nl zouden moeten gedragen en dat wilde men veranderen. Maar tegelijkertijd is het functioneren van de VN geheel afhankelijk van het gedrag van diezelfde staten, die zich in de regel niet gedragen zoals zij zich zouden moeten gedragen. Dus dezelfde "elkaar bestrijdende naties, moorddadige machthebbers en vijandige bevolkingsgroepen" wier gedrag door de VN veranderd zou moeten worden moeten er voor zorgen dat de VN functioneert, en dus vanuit zichzelf gaan gedragen zoals zij zich volgens Trouw.nl zouden moeten gedragen. Maar dat kunnen ze niet, want daar was de VN juist voor nodig. Toch?

Die defecte logica van de VN, tot daar aan toe. Veel ernstiger is de systematische ontkenning en maskering van dit defect. De VN met behulp van haar cheerleaders, o.a. bij Trouw.nl, cultiveren al jaren het inmiddels diep gewortelde collectieve bijgeloof dat de VN veel meer voorstelt dan wat haar defecte interne logica werkelijk toelaat. Met als resultaat dat men de perverse uitkomsten van die defecte logica klakkeloos als legitiem en zelfs als maatgevend is gaan zien. Dat is pas echt een defecte logica.

woensdag 11 september 2013

Royal Ha(a)skoningDHV

De officiële site van Royal HaskoningDHV:
"Royal HaskoningDHV has today advised the client it has decided to terminate the contract for the Kidron wastewater treatment plant project. The project is in the early stages of the preliminary design phase.
Royal HaskoningDHV carries out its work with the highest regard for integrity and in compliance with international laws and regulations. In the course of the project, and after due consultation with various stakeholders, the company came to understand that future involvement in the project could be in violation of international law." (lees hier)
Het Royal HaskoningDHV is een fijn internationaal bedrijf dat inderdaad ook veel klanten heeft in zonnige vakantielanden zoals Saudi Arabië, Jordanië, Indonesië, Marokko, Oman, Rusland, Qatar, Iran, Pakistan, Egypte, Turkije en Abu Dhabi. Maar de gedachte dat het Royal HaskoningDHV in het geval van Israël misschien niet zo integer heeft gehandeld is onzin.

Het Royal HaskoningDHV doet liever zaken met andere democratieën in het Midden-Oosten (en elders) en dat is natuurlijk ook haar goed recht.








maandag 26 augustus 2013

Het Eigen Ideologisch Gelijk Eerst

Volkskrant.nl, maandag 25/08/2013:
"Israël heeft maandag verontwaardigd gereageerd op het bericht dat de Nederlandse regering ingenieursbureau Royal HaskoningDHV heeft geadviseerd te stoppen met de bouw van een waterzuiveringsinstallatie in Jeruzalem, omdat dit project in door Israël bezet gebied zou staan [...] Het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dergelijke projecten te ontmoedigen, maar voegt eraan toe dat het Nederlandse bedrijven niet verbiedt eraan te beginnen.
'Dit is waanzin. De meer dan 200.000 mensen die in dit gebied wonen -­ en dat zijn vooral Palestijnen ­- hebben vreselijk veel last van de ernstige vervuiling van de Kidron-rivier', zegt Naomi Tsur, locoburgemeester van Jeruzalem. 'Waterverontreining is een probleem dat geen grenzen kent. Ik zit al 5 jaar met de Palestijnse Autoriteit om de tafel om te werken aan een oplossing die alle bewoners ten goede komt, waar de toekomstige grenzen ook komen te liggen. Het project waar Royal HaskoningDHV aan werkt, is in ieders belang.'" (lees hier)
Tot de eerste wereldoorlog was Jeruzalem eeuwen lang een Ottomaans stadje en geen Palestijnse stad. Zoals we straks zullen zien, de Joden waren al in die periode de grootste religieuze groep in Jeruzalem en richting het einde van de Ottomaanse periode was de meerderheid van de inwoners van Jeruzalem Joods. In 1922, in de nasleep van die oorlog, werd door het Volkerenbond een belangrijk document unaniem aangenomen, dat bekend staat als het Mandaat voor Palestina. Volgens dat document maakt Jeruzalem als geheel een deel uit van het gebied dat als het Joodse nationale thuisland werd bestempeld. Dit recht op o.a. Jeruzalem wordt nog altijd door art. 80 van de VN-handvest beschermd.

Volgens het VN-partitieplan uit 1947 (VN-res. 181), zou Jeruzalem als geheel onder internationaal toezicht geplaatst worden. Jeruzalem zou volgens die resolutie dus geen Israëlische stad zijn, maar ook geen Palestijnse-Arabische stad. Dit plan werd echter door de Arabische landen niet erkend en in mei 1948 ook tegengewerkt door een vernietigingsoorlog tegen de jonge staat Israël te beginnen en daarbij o.a. delen van Jeruzalem te veroveren. De juridische betekenis van deze gebeurtenissen is nog altijd een kwestie van discussie. Volgens een breedgedragen opvatting over de status van VN-resoluties zoals 181 (resoluties onder hoofdstuk VI) kon het partitieplan alleen verplichtend worden als de betrokkene partijen ermee instemden. Maar doordat de Arabische staten dat niet deden, is dat plan nooit van kracht geworden. Sommigen menen dat dit impliceert dat het 'Mandaat' van 1922 nog altijd van kracht is en dat Jeruzalem gewoon bij Israël hoort. Volgens een andere lezing zou er na mei 1948 sprake zijn van een soort juridisch niemandsland wiens status in de praktijk zou moeten uitkristalliseren.

In 1948 heeft Jordanië Oost-Jeruzalem, geheel in strijd met het internationale recht, veroverd en vervolgens geannexeerd. (De Jordaanse verovering en annexatie van oost-Jeruzalem zijn overigens nooit door de internationale gemeenschap erkend). De facto was Oost-Jeruzalem in de periode tussen het einde van het Britse mandaat in mei 1948 en de Israëlische verovering van de stad in 1967 een Jordaanse stad en geen Palestijnse stad. In die periode bestond er helemaal geen Palestijnse staat of andere erkende Palestijnse politieke autoriteit die enig zelfstandig politiek gezag over die stad uitoefende of waarvan Jeruzalem de hoofdstad was. In 1967 heeft Israël Oost-Jeruzalem dus op Jordanië veroverd en niet op de Palestijnen.

Demografisch gesproken is Jeruzalem al heel lang een Joodse stad en geen Arabische-Palestijnse stad. In 1922 woonden er in Jeruzalem in totaal 52,081 mensen, waarvan 33,971 Joden, 13,411 Moslims en 4,699 Christenen. In 1948 had Jeruzalem 165,000 inwoners, waarvan 100,000 Joden, 40,000 Moslims en 25,000 Christenen. En in 1967 had Jeruzalem zo'n 263,500 inwoners; 196,000 Joden, 55,000 Moslims en 12,500 Christenen. De demografische overmacht van de Joden in Jeruzalem gaat zeker terug naar de jaren '90 van de 19de eeuw en is dus niet ontstaan door de verovering van Jeruzalem door Israël in 1967 of de snelle ontwikkeling van west-Jeruzalem tussen 1948 en 1967 (deze cijfers zijn o.a. hier te vinden). In die zin heeft Israël in 1967 een Joodse en geen Arabische-Palestijnse stad veroverd.

De scheiding tussen Oost- en West-Jeruzalem, die nu als een soort vanzelfsprekendheid wordt beschouwd, als een grens, heeft geen internationaalrechtelijke basis. Die scheidingslijn tussen Oost en West loopt vrijwel gelijk met de staakt-het-vuren-linie van 1949, die nooit als een internationale grens bedoeld of erkend was. Het staakt-het-vuren-verdrag van 1949 bepaalt expliciet dat deze linie geen internationale grens is en geen basis mag zijn voor dat soort claims. Bovendien is de scherpe demografische scheiding tussen het Arabische Oost-Jeruzalem en het Joodse West-Jeruzalem in sterke mate te wijten aan Jordanië dat tijdens de verovering van Oost-Jeruzalem in 1948 de Joodse bewoners van Oost-Jeruzalem in grote getallen heeft weggejaagd en uitgemoord.

In VN-resolutie 242, die in de nasleep van de Zesdaagse oorlog in 1967 door de VN-veiligheidsraad aangenomen is, wordt Israël geenszins opgeroepen om zich onvoorwaardelijk uit Oost-Jeruzalem terug te trekken, laat staan terug te geven aan de Palestijnen. De Palestijnen komen in dat document helemaal niet voor. Als Israël volgens deze resolutie Oost-Jeruzalem aan iemand terug zou moeten geven, dan is het aan Jordanië. Een vraag die bij de verschillende interpretaties van deze resolutie regelmatig aan de orde is, is of Israël juridisch verplicht is om Oost-Jeruzalem terug te geven aan de onrechtmatige voormalige bezetter van dat gebied, Jordanië, te meer omdat Israël dat gebied in een defensieve oorlog veroverde.

In resolutie 242 wordt Israël inderdaad opgeroepen om gebieden die door haar in die oorlog veroverd waren terug te geven, maar de officiële Engelstalige versie van deze resolutie spreek bewust over 'gebieden' en niet over ‘alle gebieden’. Deze oproep wordt ook nog nadrukkelijk gekoppeld aan de erkenning van het bestaansrecht van de staat Israël en het garanderen van veilige grenzen voor alle betrokkene staten in de context van een duurzame vredesregeling. Het teruggeven van gebieden door Israël is dus geen preconditie voor, maar het resultaat van vredesonderhandelingen, erkenning etc. Bovendien is resolutie 242 een hoofdstuk VI-resolutie en dit betekent dat van subjectieve rechten op specifieke gebieden pas sprake kan zijn als de betrokkene partijen door onderhandelingen tot afspraken zijn gekomen.

VN-resolutie 446 van 1979 zegt dat de Israëlische nederzettingen in de gebieden die door Israël in 1967 waren veroverd, inclusief Oost-Jeruzalem, geen geldige juridische status hebben ("have no legal validity"). De juridische onderbouwing van die resolutie, en zeker wat betreft de positie van Oost-Jeruzalem, is echter niet onproblematisch. Deze resolutie is in de kern gebaseerd op een zeer bedenkelijke - tendentieuze en inhoudelijk twijfelachtig- interpretatie van bepaalde onderdelen van de vierde Geneefse Conventie. Maar misschien belangrijker, deze resolutie is een zogenaamde hoofdstuk VI-resolutie en heeft daarom niet de status van een rechtsplicht (legal obligation). Handelen in strijd met deze resolutie levert dus geen schending van internationaal recht, maar is in strijd met de mening van die staten die toen voor deze resolutie hebben gestemd. 

Maar zelfs als resolutie 446 en de bewuste interpretatie van de vierde Geneefse Conventie internationaal rechtelijk perfect in orde waren, dan was het beroep dat de Nederlandse regering in deze specifieke kwestie op het internationaal recht doet, zeer twijfelachtig:
"International law [...] does not prohibit business from operating in occupied territory, or require the denial of services to “transferees” [...]. Such a broad reading of international rules finds absolutely no support in the treatment of any other occupation. Indeed, in an important recent decision concerning a company involved in building the Jerusalem light rail, a high-level French court held that international law does not restrict companies from doing business across the Green Line, or even working on Israeli government-funded projects." (lees hier)
"'Vorig jaar spande een Palestijnse organisatie op dezelfde gronden een zaak aan tegen het Franse bedrijf Veolia dat de tramlijn door Jeruzalem bouwde. Ze verloren op alle fronten, omdat de Franse rechter oordeelde dat de tram alle inwoners van de stad ten goede komt, zonder onderscheid te maken. Dat lijkt me bij deze waterzuiveringsinstallatie duidelijk ook het geval.'" (lees hier)
Het beroep dat Nederland in deze kwestie op het internationaal recht doet is dus juridisch zeer zwak. Het lijkt verdomd veel op een geval van ideologische oorlogsvoering, namens de verlichte meesters in Brussel, waarbij het internationaal recht slechts een propagandamiddel is. Op zich zeer opmerkelijk, omdat de Nederlandse Grondwet de Nederlandse regering juist de taak geeft om de internationale rechtsorde te bevorderen en niet nog belachelijker en zwakker te maken (lees hier).

Maar zoals wij in een eerdere blog al hebben opgemerkt, misschien moet men zich realiseren dat Nederland, als onderdeel van de EU, geen neutrale positie in het Israëlische-Palestijnse conflict inneemt. In zekere zin is de EU een onderdeel van dat conflict geworden. Zoals dit voorbeeld zo helder en pijnlijk laat zien, de EU is een partij die in dat conflict het eigen ideologische gelijk nastreeft, soms ook ten koste van de belangen van zowel Israël als de Palestijnen en ten koste van het vooruitzicht op vreedzaam samenleven.

dinsdag 20 augustus 2013

Egypte, speculatie en de voedselcrisis

Onderzoekers als Bar-Yam, Murray en Lagi van het New England Complex Systems Institute hebben laten zien dat er een belangrijk verband bestaat tussen de voedselcrisis, beursspeculatie, de vraag naar biobrandstoffen en politiek instabiele situaties. De situatie in Egypte kan bijvoorbeeld op deze wijze verklaard worden. 

De afgelopen vijf jaar hebben we een serie aan voedselcrises meegemaakt. Een dergelijk crisis komt er op neer dat de prijs van voedsel dermate hoog is dat veel armere mensen in diverse (vaak arme) landen nauwelijks of geen eten kunnen kopen.

Deze crises worden door verschillende factoren, als misoogsten, droogte, de toenemende vraag naar vlees in China en India hebben wel degelijk invloed, maar de voornaamste factoren zijn de handel in biobrandstoffen en beursspeculatie met voedsel. Ze hebben deze conclusie getrokken nadat ze de prijsindex van voedsel van de VN hebben vergeleken met de data van verschillende rellen en opstanden, zoals die in het Midden Oosten en Afrika voorafgaand en gedurende de Arabische Lente. Het blijkt dat er een bijna perfecte correlatie is tussen de hoogte van de voedselprijs en de rellen en opstanden in kwestie. De voedselprijs vormt zo een structurele oorzaak met politieke onrust als gevolg. Als men weinig eten heeft, is men ontevreden over het regime. En in een dergelijke situatie kan een gebeurtenis die in andere situaties weinig invloed kan hebben in een keer zorgen voor een opstand. De voedselcrisis is dus de hoofdoorzaak waarom de Egyptenaren zo ontevreden waren dat de Moslim Broeders de macht konder grijpen. En het is waarschijnlijk ook de strucurele oorzaak achter de staatsgreep die gepleegd is door het Egyptische leger.
 Natuurlijk doet dit verder niets af aan het feit dat de Moslim Broeders bepaald geen fijne politiek voorstaan. En natuurlijk zijn er ook mensen in Egypte die oprecht iets willen doen aan de macht van deze club. Maar de feitelijke politieke situatie is niet de hoofdfactor.

Maar hoe zit de invloed van beursspeculatie en de handel in biobrandstoffen op de voedselprijs in elkaar? Het idee dat het New England Complex Systems Institute naar voren brengt is dat de handel in ethanol (een biobrandstof) zorgt voor een constante prijsstijging. De speculatie in futures op oogsten komt hier boven op en zorgt voor scherpe pieken in de prijs. De momenten van deze pieken komen volgens het New England Complex Systems Institute overeen met de tijstippen van politieke onlusten in diverse landen in 2008 en 2011. Ik heb de data die de VN geeft over de prijsindex van voedsel onderzocht. Deze index bestaat uit de samengebrachte gegevens van de volgende prijzen: die van granen (inclusief tarwe en rijst), van olie en vet, zuivel en vlees. In 2008-2009 en in 2011 zien we inderdaad scherpe pieken.  In 2013 zijn de heel scherpe pieken weilliswaar weg, maar de voedselprijzen zijn nog steeds erg hoog en de voedselcrisis is nog niet voorbij. En deze data komen inderdaad overeen met die van verschillende politieke onlusten in de wereld. 

Hoewel het aantonen van eenstatistische correlatie tussen twee variabelen nog niet hetzelfde noodzakelijkerwijs is als het aantonen van een oorzaak, denk ik toch dat we nu wel met (minstens) een belangrijke oorzaak van het geweld in Egypte te maken hebben. De situatie in Egypte van nu heeft, m.i., duszowel met de nasleep er van te maken als met accute problemen met de voedselvoorziening. Het is natuurlijk wel de vraag op wat voor een wijze de voedselcrisis en andere factoren, zoals oprechte politieke ontevredenheid, op elkaar inwerken en wat de precieze rol van welke factor is.

Speculatie met voedsel is, in de huidige destructieve vorm, tot stand gekomen nadat de wetgeving op dit terrein door Carter, Reagan, Clinton en Bush sterk is teruggebracht. En natuurlijk moet ook niet vergeten worden dat de invloed van de voedselcrisis alleen maar zo groot heeft kunnen worden omdat de landen die nu met de bovengenoemde problemen zitten hun voedsel grotendeels importeren, in plaats van dat ze het zelf produceren.

 Er is dan ook een oplossing voor een deel van de ellende in Egypte, Brazilië, en Syrië. De handel in biobrandstoffen moet sterk worden teruggebracht, de markt voor voedsel moet weer sterker gereguleerde worden en de landen in kwestie moeten weer zelf voedsel produceren.

Ludwig Kamphausen

Het Verhaal Dat Niet Verteld Wordt

Onze meesters in Brussel hebben de afgelopen jaren honderden miljoenen euro's aan Egypte beloofd en gegeven. Met die financiële steun wilden zij de democratische transitie van Egypte ondersteunen:
"'U kunt er zeker van zijn dat op de weg naar het verankeren van de democratie de EU aan uw zijde zal staan als een vriend, een buur en partner,' sprak de Belg. Volgens Van Rompuy heeft Egypte de steun juist nu hard nodig omdat vanwege politieke onrust de democratie en de economie onder druk zijn komen te staan." (lees hier)
Maar alle pompeuze verklaringen en goede bedoelingen ten spijt, de steun van de EU heeft weinig opgeleverd: democratie en economische ontwikkelingen in Egypte zijn verder weg dan ooit. Miljoenen aan belastinggeld, die de EU eigenlijk niet heeft, blijken nu in een zwart gat van geweld, corruptie en mismanagement te zijn verdwenen. En dat heeft de EU in sterke mate aan zichzelf te danken. Hier een citaat uit een recent rapport van de Europese rekenkamer over de Europese financiële steun aan Egypte:
"Overall the EEAS [de toko van mevrouw Ashton] and Commission have not been able to effectively manage EU support to improve governance in Egypt. This was partly due to the difficult conditions they have faced in Egypt but also to shortcomings in the way the EEAS and Commission have managed EU cooperation with Egypt. [...]
After the uprising, the ENP review marked a significant effort by the EEAS and Commission to improve the effectiveness of support to ENP countries, including Egypt. However, they have not yet translated the review into significant changes in the support to Egypt, mainly because of the difficult conditions prevailing on the ground in Egypt. The emphasis on ‘deep democracy’ is very relevant to Egypt but women’s rights and minority rights are key issues in Egypt which have not been strongly emphasised in the review and subsequent new assistance. Two new mechanisms have been established to support civil society but so far new assistance on the ground in Egypt has been limited."
Het eerste wat opvalt aan dit Egyptische debacle is het totale gebrek aan externe democratische controle over de uitvoerende macht van de EU: de Commissie en de EEAS van mevrouw Ashton. De Europese rekenkamer heeft een ronduit negatief rapport uitgebracht over het disfunctioneren van mevrouw Ashton en de Europese Commissie, maar dat krijgt geen politiek gevolg. De politieke verantwoordelijken blijven allemaal gewoon op hun plaatsen zitten en wij, de Europese halfburgers, hebben geen democratische middelen om die mannen en vrouwen ter verantwoording te roepen, laat staan om naar huis te sturen. We moeten eerlijk zijn: Het  befaamde 'democratisch tekort' van de EU is een Orwelliaans eufemisme.

Opmerkelijk in dat verband is ook dat de EEAS, met al haar duurbetaalde deskundigen en onderzoeksbudgetten, deze ontwikkelingen in Egypte heeft niet zien aankomen. Zelfs van Ashton mag men niet verwachten dat ze de toekomst kan voorspellen, maar het gevaar van een ontsporing in Egypte was een mogelijkheid, die door vele deskundigen en kritische toeschouwers als een zeer reële mogelijkheid werd geacht. Maar zoals de Zweedse minister van buitenlandse zaken, Carl Bilt, in een recent interview toegaf, de EU heeft de problemen en gevaren in Egypte onderschat. En het genoemde rapport van de Europese rekenkamer noemt het optreden van de EU 'te optimistisch'. Het is echter zeer de vraag of  de termen 'onderschatting' en 'te optimistisch' voldoende recht doen aan het optreden van de EU in Egypte.

De lijst van onderschattingen en misplaatste optimismen is simpelweg te lang en te ernstig om in die zachtaardige termen te blijven denken en spreken. Dat de moslimbroederschap geen gematigde democratische beweging is, is alles behalve een verassing. Dat die beweging niet opgewassen was tegen het besturen van een land zoals Egypte en dat dit samen met het radicalisme van die beweging tot meer politieke instabiliteit heeft geleid is ook geen verrassing. En dat een land zoals Egypte niet zomaar democratisch wordt doordat je daar met miljoenen gaat strooien is ook niet verrassend. Om maar een aantal puntjes te noemen. Men zou dan kunnen vermoeden dat het Europese gestuntel in Egypte niet zomaar een ongelukje is. Een aantal stevige vraagtekens bij het buitenlandbeleid van de EU zouden niet misplaatst zijn.

Maar de trein dendert door. Onze meesters in Brussel zijn inmiddels bezig met een vlucht naar voren, met het spuien van dreigementen en veroordelingen waar niemand echt wakker van ligt. Onze eigen minister van buitenlandse zaken is bereid gevonden de vluchtauto van de meesters te besturen. Onze parlementariërs zijn druk aan het knuffelen met Egyptenaren. Onze media drijven dankbaar verder mee met de nieuwsstroom. En het zorgwekkende optreden van de EU zou weer het verhaal zijn dat door niemand verteld wordt.

vrijdag 16 augustus 2013

Trouw.nl Gehackt?

Trouw.nl, woensdag, 14/08/2014:
Premier Netanjahoe heeft zich nooit voorstander van een Palestijnse staat getoond. Integendeel. Hij was tegen de Oslo-akkoorden, de eerste en tijdelijke overeenkomst tussen Israël en de Palestijnen, uit 1993. En hij heeft in alle jaren dat hij premier was nooit een hand naar de Palestijnse president Abbas uitgestoken[...]
En de Palestijnse president Abbas? Als jongeman raakte hij in de jaren zestig al betrokken bij de Palestijnse vrijheidsstrijd. Zijn hele leven heeft hij gewijd aan dit doel: een onafhankelijke Palestijnse staat. Hij droeg nooit een wapen, maar geloofde altijd in het gesprek. Abbas is 78 jaar, een oude man, misschien een beetje moe. Hij is al sinds 2005 president en maakte meer onderhandelingen mee dan je op de vingers van een hand kunt tellen [...]." (lees hier)
Gezien het feit dat Trouw een kwaliteitskrant is, die zich ook gehouden weet aan de journalistieke code, is er kennelijk iets vreemds gebeurt tussen het moment dat de redactie van Trouw het hierboven geciteerde artikel heeft goedgekeurd en het verschijnen daarvan op de site. De redactie van Trouw.nl had dat artikel immers nooit willen goedkeuren, laat staan publiceren, te meer omdat het hier om een serieus analysestuk gaat en niet om een ingezonden brief, een opiniestuk of fictie.

Maar misschien werd de site van Trouw.nl gehackt.