woensdag 14 augustus 2013

Landgrabbing, de markt, mileu en pensioenfondsen

Landgrabbing is een vorm van het grootschalig in bezit nemen van landbouwgebieden voor commerciele doeleinden. Over deze praktijken zijn inmiddels kamervragen gesteld.  Het grote nadeel hiermee is dat vaak de lokale bevolking  die al generaties in het gebied in kwestie woont vaak van het gebied verjaagd wordt. De partijen die hier schuldig aan zijn zijn: eeen aantal hedgefunds, pensioenfondsen (inclusief APB), sovereign wealth fondsen en private equity fondsen.

Er zijn twee motoren die deze vorm van soms  semi-legale en soms illegale diefstal veroorzaken: speculatie en de vraag naar biobrandstoffen. Nadat in 2008 de financiële markten waren ingestort gingen grote financiële partijen, zoals hedgefondsen en pensioenfonden, op zoek naar alternatieve goederen om mee te speculeren en in te investeren. Doordat, onder andere door speculatie met landbouw futures en misoogsten, de voedselprijs omhoogging hebben deze partijen veel landbouwgrond aangeschaft, omdat ze dan meer geld kunnen verdienen aan landbouwgrond en aan gewassen die op deze grond verbouwd worden. Met een deel van deze landbouw gebieden wordt overigens ook weer gespeculeerd door hedgefondsen.  De vraag naar biobrandstoffen speelt hier ook een vernietigende rol. Om deze, zogenaamd milieu vriendelijke brandstoffen te kunnen verbouwen worden hele bevolkingsgroepen gedeporteerd en worden hele natuurgebieden verwoest.

Laten we de invloed van deze praktijken eens bekijken aan de hand van een voorbeeld. In Ethiop wordt in de Omo vallei. In dit gebied worden zo’n 260.000 mensen door het Ethiopische leger van hun gebied verjaagd, vaak door middel van geweld, om plaats te maken voor grote agro-industriële bedrijven die suikerriet, palmolie en graan te  verbouwen. Het gaat hier om mensen die afhankelijk zijn van de landbouwgrond. En zij worden, op niet-zachtzinnige wijze, verdreven:

The plantations are being installed and ethnic and pastoral communities are being forcibly resettled with the help of the Ethiopian military, which has become a central player in the implementation of the Ethiopian government’s development plans. Forced evictions, denial of access to subsistence land, beatings, killings, rapes, imprisonment, intimidation, political coercion, and the denial of government assistance are all being used as tools of forced resettlement.

De grond gaat dan naar een aantal Italiaanse, Maleisische en Indiase bedrijven die, in samenwerking met de Ethiopische overheid, dit gebied exploiteren. De overheid aldaar zegt dat ze de gedeporteerde bevolking behuizing, school en toegang  tot gezondheidszorg aanbieden,  maar alleen als ze zich vrijwillig laten deporteren. Natuurlijk is men er daar  niet gerust op dat dit ook gebeurd. De Er vinden in de Omo vallei ook de volgende praktijken plaats:

Beyond imprisoning those who speak out against the project, another tactic used by the government to push local people into resettlement sites is barring them from cultivating their own fields and destroying crops and grain stores to cause hunger. People are then lured to the sites with food aid from international agencies. A joint mission of DFID, USAID, UN, and EU to the Gambella region found “internationally funded food aid intended for free distribution for relief is being used to encourage community participation in the [resettlement] programme’’.

En:

In the face of this resistance, the military is imposing the government’s development schemes by ever more violent tactics. By January 2012, ten Bodi women had been raped by soldiers, in some cases gang raped.40 The Bodi and neighboring tribes were particularly distraught by the gang rape of a young herd boy. “They took a small boy that was herding cattle. They had sex with him for a long time in the forest. He was screaming. The boy couldn’t walk afterward. He had to be picked up and carried. Bodi people held his father back; he wanted to shoot the soldiers in Hana. Many Bodi held the father and tied him up,” reported Bawa, a Bodi woman.


De respectievelijk Amerikaanse en Britse hulporganisaties USAID en DFID geven overigens financiële steun aan deze projecten.

Dit voorbeeld valt al snel te vermenigvuldigen. In Afrika, Azië en Lantijns Amerika vinden dit soort praktijken op grote schaal plaats.

Ik zou er, ter afsluiting, nog op willen wijzen dat dit soort projecten ook door Nederlandse partijen, zoals het APB, gefinancieerd worden. Als u dus uw pensioen bij APB heeft, worden dit type acties gefinancieerd met uw geld. Dit soort uitbuiting vindt dus plaats in uw naam!

Ludwig Kamphausen


vrijdag 9 augustus 2013

Het Nietinternationaal Nietrecht

Times of Israel, dinsdag, 16/07/2013:
"A dramatic new directive published by the European Union bars its 28 members from all cooperation with Israeli entities in the West Bank and East Jerusalem [...] The new directive, initiated in December by the EU foreign ministers, is “in conformity with the EU’s longstanding position that Israeli settlements are illegal under international law and with the non-recognition by the EU of Israel’s sovereignty over the occupied territories [...]." (lees hier)
Ondanks de hoogdravende retoriek van de EU (en de onnauwkeurige berichtgeving in de media) heeft de genoemde nieuwe EU-richtlijn geen enkele basis in het internationaal recht. De argumenten die deze richtlijn een basis in het internationaal recht zouden moeten geven - namelijk, dat Israël een illegale bezetter is en dat de joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever illegaal zijn - zijn op zijn minst zeer twijfelachtig (zie o.a. hier, hier en hier). Maar belangrijker in deze context zijn de volgende opmerkingen:
"Let’s assume the European position on settlements is correct. Even so, international law does not forbid or restrict the operations of private groups based in or operating in the West Bank. International law prohibits governments from “transferring” settlers to occupied territory; it does not make the settlers themselves illegal, international lepers, or legitimate objects of discrimination. It does not prohibit business from operating in occupied territory, or require the denial of services to “transferees” and their descendants. Such a broad reading of international rules finds absolutely no support in the treatment of any other occupation. Indeed, in an important recent decision concerning a company involved in building the Jerusalem light rail, a high-level French court held that international law does not restrict companies from doing business across the Green Line, or even working on Israeli government-funded projects. 
Indeed, the Europeans’ own conduct proves that this is not about implementing international law. Many countries in the region occupy foreign territory and even establish settlements there. The most obvious example is Turkey’s occupation of Cyprus; others include Morocco’s subjugation of Western Sahara, the EU’s fellow “Middle East Quartet” member Russia’s recent conquest of parts of Georgia, and Armenia’s in Azerbaijan. In none of these cases has the EU promulgated such guidelines [...]. 
Moreover, [...] Article 15 exempts groups that “promot[e] the Middle East peace process in line with EU policy.” Either the Geneva Conventions and related rules prevent Israelis from having anything to do with the West Bank or they do not – but they certainly do not contain a “things the EU likes” exception. [...]." (lees hier
De betreffende EU-richtlijn kan dus niet ingegeven zijn door enige dwingende internationaal rechtelijke logica. Het beroep dat de EU in deze kwestie op het internationaal recht doet valt dan onder de categorie 'baanbrekende conceptuele innovaties', die wij van de EU inmiddels gewend zijn.

Naast briljante innovaties zoals het niet-grondwettelijke Europese Grondwet, het referendum ad victoriam, de Euro (oftewel de munteenheid zonder politieke eenheid), de moorddadige liefdadigheidsorganisatie, de theocratische democraten en de democratie zonder demos, hebben we nu ook een nieuw soort internationaal recht, dat uit regels bestaat die niet het gedrag van staten en hun onderlinge relaties reguleren en wier geldigheid enkel van de voorkeuren en belangen van de EU afhangt: Het nietinternationaal nietrecht.

zaterdag 3 augustus 2013

Monumentenzorg

Onze meesters in Brussel zijn weer lekker bezig geweest:
"A dramatic new directive published by the European Union bars its 28 members from all cooperation with Israeli entities in the West Bank and East Jerusalem. The directive, sent out on June 30 and set to take effect on Friday, extends to “all funding, cooperation, and the granting of scholarships, research grants and prizes” to Israeli entities in East Jerusalem and the West Bank, Haaretz reported on Tuesday. It also requires that any contracts between EU member countries and Israel henceforth include a clause stating that East Jerusalem and the West Bank are not part of the State of Israel." (lees hier)
Net terug uit Tsjechië. Onder andere het stadje Boskovice bezocht (zo'n 40 kilometer ten noorden van Brno, de tweede stad van Tsjechië). Boskovice had een relatief grote en bloeiende joodse gemeenschap. Maar in de tweede wereldoorlog werd ook die gemeenschap geheel vernietigd. Het vermoeden dat een zijtak van de familie uit Boskovice komt bracht ons naar de oude joodse wijk, de joodse begraafplaats en de oude synagoge. Op de gevel van die synagoge hangt een groot spandoek, waarop het bekende symbool van de EU te zien is. De EU heeft kennelijk een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de restauratie en het onderhoud van dat monument.

Mijn vrouw merkte half-serieus op, dat ik deze keer echt moest erkennen dat de EU soms ook goede dingen doet. Ik moest wel lachen. In Brussel zijn ze kennelijk dol op monumenten voor dode joden. Een tikkeltje te veel misschien.

donderdag 11 juli 2013

De-Pizza-En-Schnitzel-Crisis

In een inmiddels wat oude blog hebben wij het volgende geschreven:
"Een stevige klimaatcrisis, of beter gezegd de angst daarvoor, komt politiek goed uit voor onze meesters in Brussel, die de macht van de EU willen vergroten en hun eigen bestaan rechtvaardigen. De vermeende opwarming van de aarde met zijn transnationale karakter en vermeende desastreuze gevolgen is typisch zo'n crisis die om meer Europa vraagt" 
Een inderdaad, de verschrikkelijke klimaatcrisis is weer eens uit de kast gehaald en gereanimeerd om de duimschroeven nog een tikkeltje aan te kunnen draaien:
"Food consumption patterns in Europe are currently unsustainable: European food consumption is responsible for a large part of the EU’s greenhouse gas emissions. It is accepted that there needs to be a reduction in global greenhouse gas emission which are contributing to climate change. [...] LiveWell for LIFE is a pioneering project which aims to contribute towards the reduction of greenhouse gas emissions from the EU food supply chain, and demonstrate what sustainable diets could look like for different European countries.” (lees hier)
Ze blijven leuk, onze meesters in Brussel. De vermeende klimaatcrisis, ze kunnen niet zonder. Het is nu wachten dat de EU in het kader van de verduurzaming van onze eetpatronen en gewoontes de pizza's en de schnitzels gaat verbieden. Dit wordt pas een echte crisis!

Rationele Ezels (II)

In het NRC Handelsblad van 18/06/2013, pagina 14 beargumenteert sociologe Clemens den Olde tegen wat zij de onderzoeksfetisj op het Hbo noemt. Enerzijds gaat de toenemende aandacht voor onderzoek in het Hbo ten koste van de vakinhoudelijke kennis en de ontwikkeling van professionele houding. Anderzijds is er in het Hbo vaak te weinig ruimte en kennis om een degelijk methoden-onderwijs neer te kunnen zetten. Halfbakken onderzoekers met te weinig vakinhoudelijke kennis is dan al te vaak het droevige resultaat van het huidige Hbo.

Van onze hoger opgeleide beroepsbeoefenaren mogen verwachten dat zij goed in staat zijn om zelf correcte oordelen te vormen over problematische praktijksituaties en dat zij vervolgens ook in staat zijn om zulke oordelen te vertalen in effectief, menswaardig en rechtmatig handelen. De vorming van dat soort beroepsmatige oordelen vraagt natuurlijk om inhoudelijke vakkennis, maar in de soms complexe en weerbarstige beroepspraktijk is die standaardkennis niet altijd toereikend.

De vorming van zulke oordelen loopt in de beroepspraktijk regelmatig vast op het ontbreken van bepaalde kennis. Wat zijn bijvoorbeeld de oorzaken van bepaalde problemen die zich in de beroepspraktijk voordoen en wat zou men het beste kunnen doen om die problemen op te kunnen lossen, of in ieder geval te verminderen? Beroepsbeoefenaren worden in de praktijk regelmatig geconfronteerd met dat soort kennisvragen, die direct voortvloeien uit de beroepspraktijk en die als zodanig direct te maken hebben met de kwaliteit van de beroepsuitoefening.

Dat soort praktijkproblemen kunnen vaak pas opgelost worden als men de nodig kennis heeft en die broodnodige kennis komt zelden uit de lucht vallen. Het destilleren van heldere kennisvragen uit problematische praktijksituaties, de beslissing of men zelf een kennisvraag gaat beantwoorden, of dat men dit beter aan anderen kan overlaten, het zoeken naar kennis, de interpretatie en waardering van bestaande kennis en de implementatie van kennis, zijn een aantal  basale activiteiten en denkbewegingen die in de praktijk regelmatig voorkomen.

Omgaan met kennis, en met het ontbreken daaraan, hoort dus bij de beroepspraktijk, net zoals het hebben van inhoudelijke vakkennis en van bepaalde technische vaardigheden. Een beroepsbeoefenaar die niet instaat is met dat soort vraagstukken verstandig om te gaan is ook niet goed in staat om zelf correcte oordelen te vormen over problematische praktijksituaties en vervolgens om die oordelen te vertalen in effectief, menswaardig en rechtmatig handelen.  In het  onderwijsjargon zou  men wellicht zeggen dat beroepsbeoefenaars ‘evidence based’ moeten kunnen werken. En in deze context is de aandacht voor onderzoek in het Hbo niet principieel misplaatst.

De zorgen die Clemens den Olde  over het onderzoekfetisj op het Hbo tot uiting brengt zijn beslist niet onterecht, maar haar conclusie gaat wellicht te ver. De aandacht voor onderzoek in het Hbo is op zichzelf niet verkeerd, het probleem zit ‘m eerder in de manier waarop onderzoek in het Hbo, onder druk van bovenop, vaak vorm gegeven wordt.  De huidige tendens om het ideaal van de goede beroepsbeoefenaar  in termen van EBW te construeren is op zichzelf al overdreven en zelfs schadelijk. En de neiging om EBW tot het doen van praktijkgericht onderzoek te reduceren des te meer. Verstandig zijn houdt veel meer in dan louter EB te kunnen werken en EBW houdt meer in dan praktijkgericht onderzoek te kunnen verrichten.

Bij het Hbo leidt men geen onderzoekers op. Dat is immers de taak van onze universiteiten en die hebben het er al moeilijk genoeg mee. In het hbo leidt men verstandige en vakkundige beroepsbeoefenaren op, die in hun beroepspraktijk o.a. met kennisvraagstukken moeten kunnen omgaan. En wat ze op dat gebied moeten kunnen zou moeten afhangen van de specifieke eisen en eigenheden van de beroepspraktijken waarin men na het Hbo terecht komt, en van de eigen belangstelling en kunnen van individuele studenten. Het doen van praktijkgericht onderzoek, dat op zichzelf een specifiek soort is van toegepast wetenschappelijk onderzoek, is niet voor alle beroepsgroepen even relevant en niet voor alle hbo-studenten even goed haalbaar.

Met de huidige onderzoeksfetisj op het Hbo wordt het beeld van de goede beroepsbeoefenaar verkeerd reconstrueert: een goede beroepsbeoefenaar wordt dan een goede praktijkonderzoeker. Dit is een enorme verschraling van het beeld van de goede beroepsbeoefenaar, waarbij verstandigheid langzaam maar zeker plaats maakt voor eng rationalisme. Met de overdreven en ongenuanceerde nadruk op onderzoek produceert men rationele ezels, die vaak te weinig binding met en kennis van hun beroepspraktijk hebben en die over vaardigheden beschikken waar de beroepspraktijk niet op zit te wachten. In het slechtste geval levert men niet eens rationele ezels af, maar, om de woorden van Clemens den Olde te gebruiken, halfbakken rationele ezels.

Het onderzoek-onderwijs op het Hbo moet maatwerk zijn waarbij de eigenheden van verschillende beroepspraktijken en de individuele ontwikkeling van studenten maatgevend zijn, niet de opgelegde ideologische verzinsels van de Hyperrationele ezels in Brussel en Den Haag.

vrijdag 5 juli 2013

De Excellentieparadox

NRC Handelsblad, dinsdag 02/07/2013, pagina 15:
"Wie geen toptalent is kan doodvallen. Dat is de filosofie die zich als een olievlek uitbreidt over Nederlandse hogescholen en universiteiten, en die schadelijk is voor Nederland. Het algemene opleidingsniveau in Nederland zal dalen als gevolg van de huidige eenzijdige, overspannen focus op excellentie in het onderwijs.  
Sinds een aantal jaren geven hogescholen en universiteiten aan studenten die in het eerste jaar onvoldoende studiepunten halen een ‘bindend studie advies’ (bsa) of bindend afwijzend studieadvies (bas). Dat betekent dat ze van de opleiding verwijderd worden en hun hele leven die opleiding niet meer mogen volgen. Je hebt je kans gehad, punten niet gehaald – oprotten. Voorgoed."
Een ander aspect van de kwaliteitsfetisj bij het hoger onderwijs is de fixatie op slagingspercentages. Bij een goed onderwijs horen kennelijk ook hoge slagingspercentages (of schuilt er een financieel motief achter deze kwaliteitsnorm). Bij vele hogescholen en universiteiten geldt dan naast de (ogenschijnlijk) strenge bsa-norm, ook een strenge (maar niet altijd formele) slagingsnorm: 60 a 70 procent van de eerstejaarsstudenten moeten het eerste studiejaar halen en naar het tweede studiejaar doorstromen.

De gevolgen van deze normen-combinatie voor de onderwijskwaliteit zijn niet moeilijk te begrijpen: De topkwaliteitsfetisj bij het hoger onderwijs geeft een sterke en structurele prikkel om de onderwijsnormen te verlagen, zeker bij gelijk blijven van belangrijke randvoorwaarden zoals het niveau van het middelbare onderwijs, personeel ed. En deze perverse prikkel wordt alleen maar sterker naarmate de bsa-norm omhoog gedreven wordt (en die norm wordt al, onder het mom van excellentie, steeds hoger gedreven).

Met andere worden, naar mate hoge scholen en universiteiten het hedendaagse excellentie-ideaal benaderen, des te lager de onderwijskwaliteit is die ze moeten leveren. En naarmate de onderwijskwaliteit in dat soort instellingen hoger wordt, naarmate de inhoudelijke normen die ze aan studenten (en docenten!) stellen hoger  worden, hoe lager hun score op de excellentie-schaal wordt.

Wil iemand a.u.b. de minister bellen?

woensdag 3 juli 2013

Hoezo Revolutie?

Elsevier.nl, woensdag 03/07/2013:
"Het leger van Egypte heeft tanks gestuurd naar pro-Morsi-demonstraties in de hoofdstad Caïro. President Mohamed Morsi zou niet meer betrokken zijn bij het overleg over hoe het nu verder moet met het land." (lees hier)
Egypte staat aan de vooravond van weer een revolutie, de derde (of tweede, afhankelijk van wat je als revolutie telt) in minder dan drie jaar tijd. Maar in Lalaland blijft alles zoals het altijd geweest is.
 
Onze kwaliteitsmedia, die ons de ‘Arabische lente’ hebben willen verkopen, blijven verhalen van geweld, onderdrukking en economische ontwrichting brengen en deze contradictie valt hen niet eens op. De onnozele ideologen, die achter academische titels en wetenschappelijke instituties schuilgaan en die ons in de democratische intenties van de moslimbroederschap wilden laten geloven, blijven de werkelijkheid steeds verder naar hun theoretische denkbeelden toe schrijven. De hordes diplomaten en deskundigen die deze toestanden nooit hebben zien aankomen, blijven hun nutteloze rapporten en beleidsadviezen produceren. De krantenredacties, die Morsi en zijn blije moslimbroeders zo graag wilden witwassen, blijven hun Trouwe lezers in hun bijgeloof bevestigen. En de politici die de zakken van de theocraten van de moslimbroeders met miljarden aan belastinggeld hebben gespekt, blijven vrede en rechtvaardigheid prediken.
 
Hoezo revolutie?