dinsdag 11 december 2012

Sprookjesminister

Elsevier.nl, donderdag 29/11/2012:
"Als Israël doorgaat met het bouwen van nederzettingen in de Palestijnse bezette gebieden dan zal dit het vredesproces niet ten goede komen. Israël moet daarom stoppen met die kolonisatie. Dat zegt minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) vanavond in het programma Met het oog op morgen." (lees hier)
De politieke en diplomatieke oorlogsvoering tussen Israël en de Palestijnen speelt zich de afgelopen jaren zeer regelmatig rond de bouwactiviteiten van Israël in Oost-Jeruzalem af. Als we minister Timmermans moeten geloven dan is Oost-Jeruzalem ook zo'n Palestijns gebied dat door Israël op een illegale wijze bezet wordt. Zonder de pretentie om juridisch en historisch volledig te zijn en zonder te willen ontkennen dat er argumenten zijn die de positie van de minister ondersteunen, in deze blog wil ik een aantal argumenten presenteren die mijns inziens het zwart-wit beeld van de minister aangaande de status van Oost-Jeruzalem enigszins nuanceren.

Tot de eerste wereldoorlog was Jeruzalem eeuwen lang een Ottomaans stadje en geen Palestijnse stad. Zoals we straks zullen zien, de Joden waren al in die periode de grootste religieuze groep in Jeruzalem en richting het einde van de Ottomaanse periode was de meerderheid van de inwoners van Jeruzalem Joods. In 1922, in de nasleep van die oorlog, werd door het Volkerenbond een belangrijk document unaniem aangenomen, dat bekend staat als het ‘Mandaat voor Palestina’. Volgens dat document maakt Jeruzalem als geheel een deel uit van het gebied dat als het Joodse nationale thuisland werd bestempeld. Dit recht op o.a. Jeruzalem wordt nog altijd door art. 80 van de VN-handvest beschermd.

Volgens het VN-partitieplan uit 1947 (VN-res. 181), zou Jeruzalem als geheel onder internationaal toezicht geplaatst worden. Jeruzalem zou volgens die resolutie dus geen Israëlische stad zijn, maar ook geen Palestijnse-Arabische stad. Dit plan werd echter door de Arabische landen niet erkend en in mei 1948 ook tegengewerkt door een vernietigingsoorlog tegen de jonge staat Israël te beginnen en daarbij o.a. delen van Jeruzalem te veroveren. De juridische betekenis van deze gebeurtenissen is nog altijd een kwestie van discussie. Volgens een breedgedragen opvatting over de status van VN-resoluties zoals 181 (resoluties onder hoofdstuk VI) kon het partitieplan alleen verplichtend worden als de betrokkene partijen ermee instemden. Maar doordat de Arabische staten dat niet deden, is dat plan nooit van kracht geworden. Sommigen menen dat dit impliceert dat het 'Mandaat' van 1922 nog altijd van kracht is en dat Jeruzalem gewoon bij Israël hoort. Volgens een andere lezing zou er na mei 1948 sprake zijn van een soort juridisch niemandsland wiens status in de praktijk zou moeten uitkristalliseren.

In 1948 heeft Jordanië Oost-Jeruzalem, geheel in strijd met het internationale recht, veroverd en vervolgens geannexeerd. (De Jordaanse verovering en annexatie van oost-Jeruzalem zijn overigens nooit door de internationale gemeenschap erkend). De facto was Oost-Jeruzalem in de periode tussen het einde van het Britse mandaat in mei 1948 en de Israëlische verovering van de stad in 1967 een Jordaanse stad en geen Palestijnse stad. In die periode bestond er helemaal geen Palestijnse staat of andere erkende Palestijnse politieke autoriteit die enig zelfstandig politiek gezag over die stad uitoefende of waarvan Jeruzalem de hoofdstad was. In 1967 heeft Israël Oost-Jeruzalem dus op Jordanië veroverd en niet op de Palestijnen. 

Demografisch gesproken is Jeruzalem al heel lang een Joodse stad en geen Arabische-Palestijnse stad. In 1922 woonden er in Jeruzalem in totaal 52,081 mensen, waarvan 33,971 Joden, 13,411 Moslims en 4,699 Christenen. In 1948 had Jeruzalem 165,000 inwoners, waarvan 100,000 Joden, 40,000 Moslims en 25,000 Christenen. En in 1967 had Jeruzalem zo'n 263,500 inwoners; 196,000 Joden, 55,000 Moslims en 12,500 Christenen. De demografische overmacht van de Joden in Jeruzalem gaat zeker terug naar de jaren '90 van de 19de eeuw en is dus niet ontstaan door de verovering van Jeruzalem door Israël in 1967 of de snelle ontwikkeling van west-Jeruzalem tussen 1948 en 1967 (deze cijfers zijn o.a. hier te vinden). In die zin heeft Israël in 1967 een Joodse en geen Arabische-Palestijnse stad veroverd.

De scheiding tussen Oost- en West-Jeruzalem, die nu als een soort vanzelfsprekendheid wordt beschouwd, heeft geen internationaalrechtelijke basis. Die scheidingslijn tussen Oost en West loopt vrijwel gelijk met de staakt-het-vuren-linie van 1949, die nooit als een internationale grens bedoeld of erkend was. Het staakt-het-vuren-verdrag van 1949 bepaalt expliciet dat deze linie geen internationale grens is en geen basis mag zijn voor dat soort claims. Bovendien is de scherpe demografische scheiding tussen het Arabische Oost-Jeruzalem en het Joodse West-Jeruzalem in sterke mate te wijten aan Jordanië dat tijdens de verovering van Oost-Jeruzalem in 1948 de Joodse bewoners van Oost-Jeruzalem in grote getallen heeft weggejaagd en uitgemoord.

In VN-resolutie 242, die in de nasleep van de Zesdaagse oorlog in 1967 door de VN-veiligheidsraad aangenomen is, wordt Israël geenszins opgeroepen om zich onvoorwaardelijk uit Oost-Jeruzalem terug te trekken, laat staan terug te geven aan de Palestijnen. De Palestijnen komen in dat document helemaal niet voor. Als Israël volgens deze resolutie Oost-Jeruzalem aan iemand terug zou moeten geven, dan is het aan Jordanië. Een vraag die bij de verschillende interpretaties van deze resolutie regelmatig aan de orde is, is of Israël juridisch verplicht is om Oost-Jeruzalem terug te geven aan de onrechtmatige voormalige bezetter van dat gebied, Jordanië, te meer omdat Israël dat gebied in een defensieve oorlog veroverde. 

Belangrijk bij de interpretatie van deze resolutie is het juridische verschil tussen de militaire 'bezetting' (occupation) en 'toe-eigening' (acquisition) van een gebied. 'Bezetting' wordt over het algemeen gezien als een tijdelijke status die weliswaar voor de bezetter bepaalde rechten en plichten met zich mee brengt, maar die de bezetter geen geldige rechtstitel op het bezette gebied geeft. Resolutie 242 veroordeelt nadrukkelijk de toe-eigening van gebieden door oorlog, maar niet de militaire bezetting van gebieden in afwachting op een definitieve regeling. Dit betekent dat Israël weliswaar geen geldige rechtstitel op die gebieden heeft, maar dat de Israëlische militaire bezetting van die gebieden niet illegaal is.

In resolutie 242 wordt Israël inderdaad opgeroepen om gebieden die door haar in die oorlog veroverd waren terug te geven, maar de officiële Engelstalige versie van deze resolutie spreek bewust over 'gebieden' en niet over ‘alle gebieden’. Deze oproep wordt ook nog nadrukkelijk gekoppeld aan de erkenning van het bestaansrecht van de staat Israël en het garanderen van veilige grenzen voor alle betrokkene staten in de context van een duurzame vredesregeling. Het teruggeven van gebieden door Israël is dus geen preconditie voor, maar het resultaat van vredesonderhandelingen, erkenning etc. Bovendien is resolutie 242 een hoofdstuk VI-resolutie en dit betekent dat van subjectieve rechten op specifieke gebieden pas sprake kan zijn als de betrokkene partijen door onderhandelingen tot afspraken zijn gekomen. 

VN-resolutie 446 van 1979 zegt dat de Israëlische nederzettingen in de gebieden die door Israël in 1967 waren veroverd, inclusief Oost-Jeruzalem, geen geldige juridische status hebben ("have no legal validity"). De juridische onderbouwing van die resolutie, en zeker wat betreft de positie van Oost-Jeruzalem, is echter niet onproblematisch. Deze resolutie is in de kern gebaseerd op een zeer bedenkelijke - tendentieuze en inhoudelijk twijfelachtig- interpretatie van bepaalde onderdelen van de vierde Geneefse Conventie. Maar misschien belangrijker, deze resolutie is een zogenaamde hoofdstuk VI-resolutie en heeft daarom niet de status van een rechtsplicht (legal obligation). Handelen in strijd met deze resolutie levert dus geen schending van internationaal recht, maar is in strijd met de mening van die staten die toen voor deze resolutie hebben gestemd. 

In de Oslo-Akkoorden van 1993 hebben Israël en de Palestijnen (Abbas heeft zijn handtekening onder aan dit document gezet) afgesproken dat de definitieve status van Oost-Jeruzalem een kwestie is die opgelost zou moeten worden in toekomstige onderhandelingen over een definitieve vredesregeling. Sindsdien is er op dit punt geen vooruitgang geboekt. Er is wel veel historisch bewijs voor het feit dat de Palestijnse leiderschap tot voor kort wel degelijk bereid was om het bestaan van Israëlische nederzettingen in bepaalde wijken in Oost-jeruzalem te accepteren (zie hierhier en hier). 

De suggestie dat o.a. Oost-Jeruzalem een Palestijns gebied zou zijn dat door Israël op een illegale wijze bezet wordt heeft geen eenduidige en onomstreden rechtvaardiging in het internationale recht en de geschiedenis van het Israëlische Palestijnse conflict. De nogal ongecompliceerde positie van de minister in deze kwestie lijkt mij dus geen uitdrukking te zijn van enige dwingende juridische en historische logica, maar van zijn ideologische voorkeuren en persoonlijke sympathieën. Een vraag is of een minister zich zo'n persoonlijke en partijdige stellingname mag veroorloven. 

maandag 10 december 2012

De NS en een e-ticket

Vandaag begaf ik me naar een van de NS balies die ons land telt. Ik heb namelijk een e-ticket van de NS. Deze tickets moet de reiziger printen en samen met een legitimatiebewijs aan een eventueel controlerende conducteur kunnen laten zien. Nu staan er op de e-ticket een lijst van voorwaarden. Een van de voorwaarden betreft de informatie die op het vervoersbewijs moeten staan. De precieze voorwaarde zegt dat:

Het e-ticket is alleen geldig voor de reisweg, de datum, de klasse die op het e-ticket worden vermeld.

En bovendien staat er bij de voorwaarden aangegeven dat het ticket geldig indien voldaan is aan die voorwaarden.
Maar op mijn e-ticket stond helemaal geen reisweg. Ik ben dus naar de balie gegaan en ik heb gevraagd of ik nu een nieuw ticket moet aanmaken. Het antwoord was: 'nee, die voorwaarden staan op veel reisbewijzen, maar de meeste van de voorwaarden zijn niet van toepassing. Uw ticket is gewoon geldig.' Nu was ik natuurlijk blij dat mijn e-ticket geldig was, maar ik was ook  wat in de war. Want enerzijds moet de reiziger zich dus aan de vermelde voorwaarden houden, maar anderzijds zijn de meeste van die voorwaarden niet van toepassing. Dit lijkt toch op een tegenspraak.

Ludwig Kamphausen

dinsdag 4 december 2012

Rutte Betaalt Voor De Redding Van Merkel

Rutte, bedankt!
Elsevier.nl, dinsdag 27/11/2012:
"Premier Mark Rutte (VVD) geeft toe dat hij zijn verkiezingsbelofte over noodsteun aan Griekenland 'niet helemaal gestand kan doen'. Rutte beloofde dat er geen extra geld naar Griekenland zal gaan, maar door de geplande renteverlagingen gebeurt dit nu wel." (lees hier)
In de afgelopen week was er veel te doen om Ruttes opmerkelijke schuldbekentenis. Commentatoren en politici buitelden de afgelopen dagen over elkaar om er schande van te spreken, goed te praten of om aan te tonen dat de regering ons voor de gek houdt, dat de kosten van deze extra lening aan Griekenland in werkelijkheid nog hoger zouden uitvallen dat ons verteld wordt. Maar de kern van de zaak werd in mij optiek zelden op een heldere manier naar voren gebracht. Het gaat in de kern om de politieke logica van het Europese project:
"The euro began as a political project, and so it remains. Admittedly, even the fairest and most inclusive ideal cannot survive without a sound and stable economic foundation. But nor should we forget the basic reasons for this enterprise, which - far beyond the question of money - stem from values, from that idea of peace, democracy and a social market economy which we call the European model. If we forgot that, we would be ready to turn our backs on it in times of rough weather. The great enemy of any project is the scheming mind that asks "What do I get out of it?" The "fair return", so to speak. The scheming mind is very much present nowadays. Those who say they want less Europe should be answered with more Europe. It's a slogan, but sometimes slogans are true!" (lees hier)
Zoals “president” Van Rompuy het zegt: De euro is in de kern een politiek project waarbij gezond economisch en financieel verstand op zijn best een secondaire rol speelt. Ook deze keer was de economische rationaliteit aan de politieke rationaliteit onderworpen: de EU mocht niet ontploffen en dus moest Griekenland alweer wat langer aan het infuus, ongeacht de negatieve economische consequenties daarvan voor Griekenland en wellicht ook voor de rest van Europa. En ook deze keer was Duitsland de hoofdrolspeler: De oplossing van het Griekse probleem - Grexit, kwijtschelding - moest hoe dan ook over de Duitse verkiezingen heen getild worden.
"On November 27th, 2012, the Eurogroup (comprising the Eurozone’s finance ministers) reached a decision on Greece. Its essence is a guarantee that Greece will remain in the Eurozone (and therefore off the Northern European agenda) for another ten to twelve months; at the very least until the German federal political cycle has seen through the election of a new Bundestag. The repercussions of this short-sighted agreement are grave not only for Greece but for the Eurozone, and indeed the European Union, more broadly." (lees hier)
Duitsland gaat immers richting verkiezingen en dat feest mag niet verpest worden door de opkomst van de groeiende eurosceptische krachten, die het Europese project in gevaar zouden kunnen brengen. Het Duitse kiezersvolk wordt immers steeds sceptischer over de zin en de houdbaarheid van de EU en de euro. De politieke gevolgen van een Grieks vertrek of een schuldenkwijtschelding waarbij ook veel belastinggeld zou verdampen, zijn daarom niet te overzien. Dus, tot de Duitse verkiezingen graag geen politiek en economisch vuurwerk in Europa!

Met de extra noodsteun aan Griekenland, waarvoor Rutte weer eens diep in de buidel moest tasten, werden dus in feite niet zozeer de Grieken of de Griekse economie geholpen, maar Merkel en de pro-Europese politieke elite van Duitsland, en daarmee ook het hele Europese project. Immers, als Duitsland haar toewijding aan dat project zou verliezen, dan zou het zo goed als gedaan zijn met dat project. Dat is wat Van Rompuy kennelijk bedoelt met zijn pleidooi voor onbaatzuchtigheid. De redding van Merkel is het doel waarvoor Nederlands belastinggeld weer op het spel werd gezet en niet zozeer de redding van Griekenland. In tegenstelling tot vele kalkoenen zou Griekenland de komende kerst wellicht overleven. Maar daarmee is ook alles wel gezegd.

Nederland heeft haar lot aan de EU en de euro verbonden en dat betekent simpelweg dat zaken die belangrijke invloed op ons leven in Nederland hebben op dat Europese niveau uitgemaakt worden en dat onze democratisch gekozen regering daarbij vaak bijzonder weinig te vertellen heeft. In de formele Europese politieke instituties, maar vooral in de informele Europese politiek heeft onze regering simpelweg te weinig macht om verkiezingsbeloften gestand te kunnen doen. Zolang de VVD en andere politieke partijen het lot van Nederland aan dat van de EU en de euro blijven verbinden, en dat doen ze heel bewust, moeten zij en wij met het eurocircus blijven meedoen, met alle politieke en financiële gevolgen van dien.

Alle retoriek en beloften ten spijt, Rutte en zijn VVD zijn ideologisch en politiek gewoon voorstanders van de EU en de euro. De VVD hecht sterk aan de Europese economische samenwerking en daarvoor is er simpelweg een sterke Europese politieke unie nodig. Dat is les nummer één van de huidige economische crisis. Om economische redenen hechten Rutte en zijn VVD ook zeer aan een goede samenwerking met het pro-Europese Duitsland. Rutte kon een extra noodsteun aan Griekenland niet afwenden, maar hij wilde dat ook niet. Hij verontschuldigt zich liever voor het feit dat hij zijn verkiezingsbelofte 'niet helemaal gestand kan doen'. 

Amarantis en Stapel toestanden aan Nederlandse Universiteiten

Gisteren hebben we bij Pauw en Witteman kunnen vernemen dat er bij Amarantis op een heel verkeerde manier met geld wordt omgegaan. Amarantis had gebouwen laten neer zetten terwijl er maar een klein deel van het geld werd uitgegeven aan dat waar het op scholen eigenlijk om te doen zou moeten zijn: het onderwijs. Deze kritiek is terecht.

De lezer beseft waarschijnlijk niet dat dit soort toestanden ook aan Nederlandse universiteiten plaatsvinden. We weten van een voormalig docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam dat er tussen juni 2010 en september 2011 een heel aantal docenten uit zijn gewerkt bij minstens een faculteit, omdat de VU geld zou hebben gestoken in een IJslandse bank. Vervolgens is trouwens geblekend at de faculteit in kwestie al daar voor geldelijke problemen had. Het zal de lezer dan ook verbazen dat er in dezelfde periode een bouwprojecten door de VU werden aangekondigd.

En bovendien lezen we recenter:

De Vrije Universiteit loopt nauwelijks financieel risico door het bezit van derivaten. Deze worden ingezet voor het realiseren van een bouwprogramma dat de verouderde huisvesting van de universiteit gaat vervangen.
René Smit, voorzitter College van Bestuur: ‘De VU heeft een aantal jaren geleden de risico’s op rentewisselingen afgedekt om de nieuwe investeringen in het bouwprogramma mogelijk te maken. Wij hebben hier uit zorgvuldigheid en voorzichtigheid voor gekozen om onze broodnodige vervanging van huisvesting te kunnen garanderen’.

Het lijkt er toch sterk op dat we hier te maken hebben met dezelfde kwaal als Amarantis.

Nu we toch bezig zijn kunnen we net zo goed vertellen dat de VU niet alleen met Amarantis problemen, maar ook met Stapel problemen te maken heeft. Zo lezen we bijvoorbeeld:
VU start onderzoek wetenschapsfraude
In het nieuwe boek ‘Ontspoorde wetenschap’ van Frank van Kolfschooten wordt een emeritus-hoogleraar van de Vrije Universiteit beticht van wetenschapsfraude. Het betreft publicaties uit de vorige eeuw.
De VU neemt deze beschuldiging serieus en zal op korte termijn een onderzoek uitvoeren overeenkomstig de geldende regels. Hangende het onderzoek kan en zal de VU geen nadere mededelingen doen over deze vermeende zaak van wetenschapsfraude.
Op zichzelf lijkt het lovenswaardig dat de VU dit zal uitzoeken. Maar het is minder mooi dan het lijkt.We weten namelijk van dezelfde voormalig docent dat er aan de VU soms op een merkwaardige manier met tentamenresultaten wordtomgegaan. Zo kreeg deze docent een aantal keer een deel van de tentamens die hij had nagekeken terug met de boodschap dat een aantal van de cijfers tussen de 5 en de 5,4 voldoendes moesten worden, omdat er anders niet was voldaan aan het van te voren vastgestelde percentage van de studenten dat moest slagen.
En de VU is hier niet alleen in. Zo weten we uit een betrouwbare bron dat ook de universiteit Nijmegen werkt met van te voren vastgestelde percentages. Als het blijkt dat er meer studenten zakken, dan moeten een aantal cijfers in voldoendes worden omgezet. Een ander voorbeeld hier van kunnen we vinden aan de universiteit Twente. Een voobeeld hier van is te vinden in de volgende e-mail van een senior-docent aan een junior collega:
Excellent****. Thanks a lot! Just one small thing. As I mentioned, with classes this big there should be some attention paid to the grading curve, so I was a little surprised that there were no 9’s. In case you have rounded this down from temporary notes or something similar, do you have a quick way of checking whether at least some of the students can be bumped up to a 9?
Even voor de duidelijkheid, de senior-docent vraagt dus aan de andere docent om cijfers aan te passen. De enige reden hiervoor is dat volgens een van te voren aangenomen curve van cijferspreiding een deel van de studenten een 9 moet hebben. Toen de junior docent aangaf dat dit niet integer zou zijn werd hij/zij de volgende ochtend door de universiteit gebeld met het dringende verzoek om de cijfers als nog aan te passen.
Hieruit kunnen we dus concluderen dat er aan minstens drie universiteiten in Nederland ook Amarantis en Stapel problemen zijn. En bovendien krijgen we signalen dat dit soort toestanden zich ook aan andere universiteiten in dit land afspelen.
Ludwig kamphausen

vrijdag 30 november 2012

Joodse Humor

Elsevier.nl, vrijdag 29/11/2012:
Abba Eban (1915-2002)
"De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft donderdagavond in New York ingestemd met het opwaarderen van de status van de Palestijnse Autoriteit. Net als het Vaticaan worden de Palestijnen nu aangemerkt als waarnemend niet-lidstaat.

Zoals verwacht stemde het grootste deel (138) van de 193 lidstaten voor het voorstel. De Verenigde Staten en Israël stemden, net als met zeven andere landen, tegen.
Nederland onthield zich, net als veertig andere landen, van stemming." (lees hier)
In een artikel in The Commentator ben ik de volgende humoristische uitspraak van Abba Eban tegengekomen:
"Israeli politician Abba Eban once noted of the United Nations that if Algeria introduced a resolution declaring that the Earth was flat, and that Israel had flattened it, it would pass by a vote of 164 to 13 with 26 abstentions." (lees hier)
Niets aan toe te voegen!

Komt Een "President" Bij De VN...

"President"
De president zonder staat, Abbas, is weer naar de VN geweest om eventjes een staat, of zo iets, voor zichzelf te regelen. Het onwerkelijke, sprookjesachtige, bestaan van een president zonder staat is hem kennelijk te veel geworden. En niet geheel onverwacht, mede door de steun van veel Europese landen, heeft Abbas een overweldigend succes gehad:
"De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft donderdagavond in New York ingestemd met het opwaarderen van de status van de Palestijnse Autoriteit. Net als het Vaticaan worden de Palestijnen nu aangemerkt als waarnemend niet-lidstaat." (lees hier)
En dit zijn de voornaamste redenen die verschillende Europese landen, waaronder, Zwitserland, Frankrijk, Spanje, België en Denemarken, voor hun steun aan Abbas geven:
"A positive vote would make it possible to "revitalize the concept of a two-state solution by placing Israel and Palestine on an equal footing in future peace negotiations", the Swiss ministry said [...]
"It is a moderate text which clearly highlights the need for peace negotiations and negotiations for a two-state solution that can secure Palestinians a safe and sustainable state side by side with Israel," minister Villy Sovndal said. [...]
European countries are eager to bolster moderates such as Abbas after an eight-day conflict this month between Israel and Gaza-based Islamists estranged from more moderate West Bank compatriots and opposed to Israel's very existence [...]." (lees hier)
We hebben op deze blog al vaker op gewezen dat er hele goede redenen zijn om aan de bejubelde gematigdheid van Abbas ernstig te twijfelen. Er zijn in ieder geval duidelijk twee soorten Abbas: Abbas die met Ashton aan tafel zit en de New York Times interviews geeft en Abbas de ongekozen "president" uit Ramallah, die herhaaldelijk het bestaansrecht van Israël ontkent, die een Jodenvrije Palestina nastreeft, wiens officiële media dag in dag uit virulente anti-joodse en anti-Israël propaganda spuien, wiens geestelijken dood en verderf aan Israël prediken, wiens pleinen en straten naar zelfrmordenaars vernoemd worden, wiens schoolboeken de geschiedenis herschrijven en Jodenhaat zaaien en wiens politieke vrienden ruiterlijk toegeven dat de tweestatenoplossing slechts een stap is op weg naar de echte eindoplossing.

Deze diplomatieke zet van Abbas is op zichzelf ook geen uitdrukking van gematigdheid, zoals onze vrienden in Europa zo graag willen geloven, maar juist van radicalisme. Het officieuze, maar door Abbas verklaarde doel van deze zet is immers om een proces op gang te brengen waarin de grenzen van 'Palestina' zonder onderhandelingen met Israël vast gesteld zullen worden, en dit druist tegen zowat alle relevante VN-resoluties en de Oslo-akkoorden in. Dat is geen toonbeeld van gematigdheid zou je denken, en dat zou ook zeker geen 'revitaliseing van het concept van de tweestatenoplossing' zijn, zoals menige Europese politici menen.
"The creation of a state can only come through direct negotiations and any UN endorsement based on Palestinian terms will only make it harder to find a mutually acceptable compromise in the future. The UN bid thus threatens to divorce the creation of a Palestinian state from the ultimate goal of achieving peace.

The only valid legal framework between Israel and the Palestinians – the 1995 “Oslo Accords” – specifically forbids the sort of unilateral maneuver Mr. Abbas plans. “Neither side shall initiate or take any step that will change the status of the West Bank and the Gaza Strip pending the outcome of the Permanent Status negotiations,” it reads." (lees hier)
Wat hier achter zit is niet alleen het bovengenoemde intrinsieke radicalisme van Abbas, maar ook de huidige politieke dynamiek van het Midden-Oosten. De regio radicaliseert - dat noemen ze in Europa de Arabische lente - en in dat proces dreigt Abbas impopulair en irrelevant te worden. Dat dwingt hem, in zijn ogen althans, om zich steeds harder tegen Israël af te zetten. De werking van dat mechanisme is door de recente geweldsuitbarsting tussen Israël en Hamas weer eens pijnlijk zichtbaar geworden:
"Alarmed by Hamas's growing popularity among Palestinians, especially in wake of its purported "victory," Abbas appears to have completely changed his attitude toward the Islamist movement and its terror attacks against Israel. Abbas's new attitude toward Hamas has prompted some Palestinians to wonder, quite sarcastically, whether he was planning to grow a beard and join the Islamist movement [...]
Over the past few years, Abbas had publicly denounced Hamas for providing Israel with an "excuse" to attack the Gaza Strip by launching the "ineffective" rockets at Israeli cities and towns. But during the last confrontation, Abbas did not utter a word against Hamas and other radical groups in the Gaza Strip. [...] In public statements, Abbas [...] accused Israel of perpetrating "war crimes" by targeting "innocent civilians." They also heaped praise on Hamas and Islamic Jihad for their "steadfastness in the face of Israeli aggression.(lees hier)
De steun die Abbas van EU-staten voor zijn recente VN-stunt kreeg bevestigt hem in zijn nogal destructieve logica en geeft een extra draai aan de spiraal van radicalisering. Maar die diplomatieke stunt is ook gemotiveerd door interne politieke strubbelingen. Het is een politieke vlucht naar voren die Abbas weer een excuus geeft om zijn eigen burgers te blijven onderdrukken, kritiek te negeren en serieuze hervormingen van de Palestijnse economie op de lange baan te schuiven. Zijn glorieuze internationale avontuur, mede mogelijk gemaakt door de sponsoren uit Europa, zou dus bijdragen aan de continuering van het inmiddels bekende patroon van onderdrukking, corruptie, wanbestuur en economische afhankelijkheid:
"Abbas's planned visit to New York coincides with a report published last week by the World Bank, disclosing that, because of the Palestinians' heavy reliance on foreign aid, the Palestinian economy's recent growth is unsustainable. His renewed efforts to achieve UN recognition also coincide with what Palestinian officials describe as the worst financial crisis facing the government of Prime Minister Salam Fayyad. [...]
Instead of devoting his efforts to solving the financial crisis [...] Abbas has decided that it would be better if he sparked another confrontation with the US by going back to the UN. Abbas is hoping to divert attention from his problems at home by embarking on a new "adventure" at the UN.  [...] he is hoping to keep everyone busy with the new statehood bid at the UN. Civil servants who are not receiving full salaries will be asked to stay quiet because their president is too busy waging a diplomatic intifada against the US and Israel at the UN." (lees hier)
Abbas officiële "presidentschapstermijn" is al in januari 2009 verlopen. Binnenkort zit hij dus vier jaar zonder enkel democratisch mandaat op zijn troontje. De voornaamste reden daarvoor is zijn angst voor Hamas en andere islamisten. Deze angst is zeker niet ongegrond. In Gaza hebben deze lieden in 2006 de verkiezingen gewonnen, wat de aanleiding was voor de gewelddadige overname van de Gazastrook door Hamas en het de facto ontstaan van twee gescheiden Palestijnse gebieden met twee verschillende regeringen.

Ook op de Westelijke Jordaanoever, waar Abbas en zijn Palestijnse Autoriteit officieel het voor het zeggen hebben, hebben Hamas en andere islamisten aanzienlijk veel aanhang en invloed. Het is maar zeer de vraag of Abbas een zijn Fatah echte vrije verkiezingen zouden kunnen overleven. Maar ook in het dagelijkse leven krijgen Hamas en de islamisten steeds meer voet op de grond. De Arabische journalist Khaled Abu Toameh  is zelfs van mening dat Abbas en zijn Palestijnse Autoriteit nog alleen stand kunnen houden door de samenwerking met de Israëlische strijdkrachten en geheime diensten: 
"Those who think that Hamas and other Islamic groups do not have a strong presence in the West Bank are completely detached from reality. True, these groups are lacking in arms and ammunition in the West Bank, but they still enjoy broad public support among Palestinians. For now, security coordination between Israel and the Palestinian Authority is all that is preventing Muslim fundamentalists from taking over the West Bank." 
Europese landen, die onder het mom van vrede, veiligheid en rechtvaardigheid, Abbas nu op weg hielpen, hebben wellicht hun handtekening onder de geboorteakte van Hamastan gezet. M.a.w. de wijzen uit het Westen die Abbas VN-stunt hebben gesteund om hem weer relevant te maken en te versterken ten opzichte van Hamas hebben wellicht het tegengestelde bewerkstelligd. De "gematigde" Abbas bouwt een mooi huis en wordt vervolgens door Hamas eruit geschopt. Ondenkbaar?
"Thursday night, Nov. 29, the UN General Assembly grants Palestine non-member observer status within the 1967 borders by majority vote. But to which Palestinian rule does it apply? Abbas’s Fatah is fading, whereas the extremist Hamas in the Gaza Strip is a rising force. If it qualifies for a place in the Sunni Middle East grouping Egypt, Turkey and Qatar are building with US backing and Israeli approval, Hamas may become the beneficiary of the upgraded Palestinian status won by Abbas." (lees hier)
Komt een "president" bij de VN. Het had wellicht geen kwaad gekund als Europese politici ook de non-fictie-versie hadden gelezen. 

donderdag 29 november 2012

Een Kleine Aanvulling

Elsevier.nl, donderdag 29/11/2012:
"Als Israël doorgaat met het bouwen van nederzettingen in de Palestijnse bezette gebieden dan zal dit het vredesproces niet ten goede komen. Israël moet daarom stoppen met die kolonisatie. Dat zegt minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) vanavond in het programma Met het oog op morgen. 
'Als Israël doorgaat met het nederzettingenbeleid, waardoor stukje bij beetje land wordt bezet dat in de uiteindelijke regelingen toekomt aan de Palestijnen, wordt het wel heel moeilijk' zegt Timmermans. Het nederzettingebeleid van Israël noemde Timmermans 'zeer ernstig' en 'een steen des aanstoots'. De minister zei dat ook 'de schandalige beschietingen van Hamas' een tweestatenoplossing in de weg staan." (lees hier)
Nog een kleine aanvulling:
Als "president" Abbas doorgaat met het bestaansrecht van Israël te ontkennen,  het nastreven van een Jodenvrije Palestina, dag in dag uit virulente anti-joodse en anti-Israël propaganda te spuien via zijn eigen officiële media, pleinen en straten naar zelfrmordenaars te vernoemen,  schoolboeken voor te schrijven die de geschiedenis reconstrueren en Jodenhaat zaaien,  terroristen te bewapenen, ontwikkelingsgeld "kwijt te raken", de economische ontwikkeling van zijn bevolking te belemmeren,  unilaterale stappen te nemen die tegen zowat alle relevante VN-resoluties en de Oslo-Akkoorden indruisen en Israël delegitimeren, Israëlische vredesvoorstellen consequent af te wijzen, dan zal dit het vredesproces niet ten goede komen.
De minister is dit kleine aspect van het Israëlische-Palestijnse conflict kennelijk vergeten. Bij deze dus. Schrijf het op, of maak een printje van deze blog. Succes met het volgende interview!